Maandag 25 februari 2008

|
23-02-2008 Beter vinden door slimmer zoeken (De Telegraaf) 23-02-2008 Ik hoorde pas een ondernemer verzuchten dat hij het zoeken naar goed personeel ervaart als de uitverkoop op koopavond: het is dringen! Ik kan het gevoel van deze werkgever wel begrijpen, maar wanhoop is hier totaal niet op zijn plaats. Want door slim te werven kunt u veel effectiever zoeken tegen lagere kosten. Bijvoorbeeld door een actieve marktbenadering, door uw aandacht beter te richten op uw doelgroep, en door uw arbeidsmarktcommunicatie op die groep te laten aansluiten. Voor de HRM'er is de inhoud van het werk bijvoorbeeld veel belangrijker dan voor de salesmedewerker die juist meer voor de uitdaging en het salaris gaat. De nieuwe generatie werkenden ('de Einsteiners', geboren na 1988) zoekt het meer in de goede werksfeer; jongeren hechten bovendien sterk aan een goede balans tussen werk en privé. Andersom zoeken werkgevers kandidaten die niet alleen voldoen aan harde criteria en competenties, maar die ook binnen de organisatiecultuur gedijen. Wie kandidaten wil selecteren, moet voortaan dus ook cultuuraspecten meewegen. En als u dan heeft vastgesteld wat de doelgroep is en wat deze groep belangrijk vindt, zoek dan hierbij de juiste boodschap en het juiste communicatiemiddel. In veel bedrijven wordt bij het ontstaan van een vacature vrijwel direct een advertentie in de krant geplaatst. Daarbij wordt voor het gemak het volledige functieprofiel geplaatst, maar dat is feitelijk niet voor werving bedoeld. Alle kans dat de doelgroep zich niet aangetrokken voelt tot de functie. Gebruik in plaats van zo'n functieprofiel liever een gericht wervingsprofiel! Laat u daarbij inspireren door onderzoeksgegevens over hoe verschillend mbo'ers, allochtonen, car-rièreplanners en andere groepen aankijken tegen werken. En als u dat dan allemaal weet, kies dan voor een actieve benadering van potentiële kandidaten. De advertentie in de krant kan goed werken, maar wellicht houdt de echt geschikte kandidaat zich meer op bij de 'job boards' op internet. Het kan de moeite lonen om zelf te e-searchen op deze sites. En heeft u er wel eens aan gedacht om uw licht op te steken bij 'social communities' zoals Hyves, Myspace, LinkedIn en XING? Een laatste goede raad: denk eens aan die 1 miljoen werkzoekenden. En bedenk dat wie vandaag niet actief op zoek is naar (ander) werk, dat morgen misschien wel is. Wie zich in een vroeg stadium zorgvuldig profileert in kringen van latent werkzoekenden, creëert zo een 'voorraad' sollicitanten voor de toekomst. Roland Berendsen,
23-02-2008 Marion de Vries Afzender Het beroep (A) De advertentie (B) De doelgroep (C) Conclusie Marion de Vries is specialist op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie en partner van Reputation Company, adviesbureau voor reputatiemanagement. devries@reputationcompany.nl'' Het fileprobleem zou zijn opgelost en thuiswerken is ook nog een stuk productiever. Toch lijkt de omslag naar een volledig virtuele werkomgeving nog ver weg. Tekst: Janny Terlouw Slechts 32 procent van de Nederlandse werknemers werktéén of meer uur per week thuis, blijkt uit recent onderzoek van de FNV. De belangrijkste reden om niet thuis te werken, is dat het werk er zich niet voor zou lenen: een bouwvakker of verpleegster kan moeilijk thuis aan de slag. Maar ook in beroepen waar dat wel zou kunnen, wordt het in een van de vier gevallen actief ontmoedigd door leidinggevenden. Desondanks vermoedt Pascale Peters, bedrijfswetenschapper aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en onderzoeker op het gebied van thuiswerken, dat gedeeltelijk thuiswerken steeds meer de trend wordt. ,,Het wordt gewoner. En je ziet dat het ook door managers meer wordt geaccepteerd. Fileproblemen en krapte op de arbeidsmarkt dragen daar zeker aan bij. Op een krappe arbeidsmarkt moeten managers wel meer openstaan voor wensen van werknemers. Uit mijn onderzoek blijkt dat 69 procent van de bedrijven het realistisch vindt dat een deel van de medewerkerséén dag in de week thuis kan werken.'' Een belangrijke bevinding van Peters is dat mensen thuis meer werk verzetten dan op kantoor. ,,Mensen maken het werk af. Ze hoeven geen trein te halen. Thuiswerken gaat bijna altijd samen met meer uren werken en een hogere productiviteit.'' Dat klinkt veelbelovend, maar waarom blijft thuiswerken dan hangen op hooguit een dagje in de week? Volgens Peters komt dat omdat de huidige generatie werknemers het leuk vindt collega's te zien en behoefte heeft aan discipline en structuur. Daarnaast zijn veel managers huiverig om medewerkers uit het oog te verliezen. ,,Veel managers willen graag zíen dat hun personeel werkt. Ze willen hun medewerkers binnen handbereik hebben om zaken af te stemmen. Er ontbreekt ook vaak een goede toets om de werkresultaten te beoordelen.'' De behoefte om elkaar op kantoor te zien en te spreken, leeft volgens Todd het sterkst in het midden- en kleinbedrijf. Een voorbeeld is ontwerp- en communicatiebureau Tigges dat onlangs een nieuw kantoor opende. ,,Natuurlijk zou iedereen thuis kunnen werken, maar wij kiezen daar niet voor,'' zegt mede-eigenaar Lex de Haas. ,,Voor onze projecten, een blad, een jaarverslag of een huisstijl, ontwikkelen we samen ideeën. Dan moet je elkaar kunnen aankijken. Onze ervaring is dat we samen een beter product maken.'' Daarnaast vindt hij ook dat de tien medewerkers sturing nodig hebben. ,,Als medewerkers meer dan een dag per week thuis zouden werken, heb ik er geen grip meer op. Dan weet ik niet meer wat er gebeurt. Als ze dan even vastlopen, gaan ze zelf puzzelen. Nu kijken we even met elkaar mee en kan iemand weer snel verder. Dat kan ook via e-mail en telefoon, maar nu zie je direct hoe feedback overkomt. En ik geef toe: ik wil ook gewoon weten wat er gebeurt. Als ondernemer zit je toch anders in de zaak dan een medewerker.'' Arbeidssocioloog Albert Benschop was de eerste die in Nederland onderzoek deed naar internet en werken op afstand, al in 1993. Hij voorspelt dat telewerken zich zeker uit zal breiden. ,,Het idee dat je buiten de deur moet werken, stamt uit de tijd van de indus-triële revolutie. Er kwamen fabrieken met grote en dure machineparken. Ik denk dat de technologische grondslag helemaal is veranderd. Op een paar intieme dingen na, kan alles op afstand. In Japan en Korea worden torenflats met appartementen gebouwd, met een etage waar je kunt sporten en een etage waar je kunt werken. Er zal in Europa ook veel veranderen. Zo'n omwenteling heeft alleen tijd nodig. De industriële revolutie heeft ook anderhalve eeuw geduurd.'' Volgens Benschop denkt een jonge, startende ondernemer nu eerst goed na of hij wel een kantoor nodig heeft. Het kost alleen maar geld. Bovendien is de nieuwe generatie gewend aan digitale ontmoetingen. Peters onderschrijft dit. ,,Mijn studenten komen niet meer bij elkaar als ze samen een opdracht maken. Dat loopt via MSN, skype of sms. Ze typen even snel als ze praten. De volgende stap is dat we allemaal zelfstandigen zijn die tijdelijk samen aan een opdracht werken. Als de klus klaar is, werken we aan een volgende opdracht, met een ander team. Dat gaat zeker gebeuren, ook door de globalisering.'' Zo'n 'globale' ondernemer is Jorn Mineur van E-Accent, een bedrijf voor software services en winnaar van de EWerkprijs 2007, uitgereikt door het EwerkForum. Met twee medewerkers in Nederland en vijf in China was de keuze voor een virtuele werkomgeving snel gemaakt. ,,Het tijdsverschil met China is zeven uur. We hebben maar een overlap van een paar uur, in de ochtend. Van dat nadeel hebben we - om met Cruijff te spreken - een voordeel gemaakt.'' Via relatief eenvoudige software houden medewerkers takenlijsten bij en 'zetten ze voor elkaar klaar wat af is'. In een chatroom geven ze elkaar opdrachten en stellen ze gerichte vragen. Mineur: ,,Als ik 's ochtend begin, ben ik vaak verbijsterd over wat ze in China allemaal hebben gedaan. Ze krijgen geen telefoon, er loopt niemand bij ze binnen. Er is heel weinig ruis. Als je via een chatroom met elkaar communiceert, ben je heel duidelijk in je vraag of opdracht. Het gaat steeds over concrete klussen.'' Mineur vliegt een paar keer per jaar naar China, maar ziet zijn collega's verder niet. Videoconferenties en webcams heeft E-Accent niet en vergaderingen vindt Mineur uit den boze. ,,Een kantoor nodigt uit tot vergaderen, terwijl dat de minst effectieve communicatie is. Iedereen zit daar maar, terwijl je het besproken onderwerp in twee minuten op papier kunt zetten. Het is ongelooflijk kostbaar en meestal komt iedereen er volledig lusteloos en lamgeslagen uit. ,,Als wij elkaar zien, dan gaan we wat leuks doen. Het werk is georganiseerd rond onze opdrachten en omdat we nooit een kantoor hebben gehad, hoefde de werkorganisatie daar ook niet op te lijken.'' Daarin schuilt meteen zijn advies aan andere bedrijven die virtueel willen gaan. ,,Doe het niet alleen om files op te lossen en probeer het kantoor vooral niet virtueel na te bootsen. Telewerken vraagt om een totaal andere organisatie van het werk. Organiseer dat helemaal opnieuw, met kleine teams waarin medewerkers elkaar volledig kunnen vertrouwen en aan een afgebakende klus werken. Telewerken legt een vergrootglas op de kwaliteit van je bedrijf. Je moet de rotte appels eruit halen. Het klinkt misschien raar, maar een kantoor verbloemt veel.''
Behoefte aan personeel botst in Europa op immigratiesentiment Martin Visser Grote schaarste aan werknemers treft het bedrijfsleven. Maar het opengooien van de grenzen is politiek gezien geen haalbare kaart. Meer arbeidsmigratie is onverkoopbaar. Metaalwerkgeversvoorman Jan Kamminga had even geen zin in een genuanceerde discussie over immigratie. Zijn sector zit vanwege personeelstekorten zo in de knel dat die alle werknemers kan gebruiken die voorhanden zijn, van binnen de EU én van daarbuiten. Daarom schoof FME-CWM-voorzitter Kamminga even alle gevoeligheden over buitenlandse arbeiders opzij en pleitte hij voor een simpele maatregel: alle grenzen open. Diezelfde week had de Belgische minister van binnenlandse zaken, Patrick Dewael, eenzelfde pleidooi gehouden. Hij wil snel een onbelemmerde toegang regelen van werknemers uit Polen, Roemenië en Bulgarije plus de grens openzetten voor niet-Europese werknemers die specifieke knelpunten op de arbeidsmarkt kunnen oplossen. Het voorstel van Dewael is iets gerichter en uitgewerkter dan dat van Kamminga. De Belgische minister wil alleen voor specifieke beroepen buiten de Europese grenzen kijken. De Nederlandse metaalwerkgeversvoorzitter wilde vooral een noodkreet laten horen. Wat hem betreft hoeft er geen specifieke regeling te komen voor arbeidsmigranten. Wie een arbeidscontract heeft met een Nederlands bedrijf, is welkom. Geen barrières kortom, en dus ook geen ingewikkelde immigratieregeling. Kamminga wil met zijn ongenuanceerde voorstel vooral de discussie oproepen. De 2700 FME-leden hebben het aantal vacatures in twee jaar tijd zien stijgen van 6000 naar 10.000. De arbeidsmarktkrapte waar de industrie mee te kampen heeft, wordt langzaamaan nijpender dan zeven jaar geleden, toen dit fenomeen zich ook al voordeed. Maar Kamminga en Dewael zijn voorlopig roependen in de woestijn. Hun pleidooi staat namelijk haaks op de politieke realiteit. Binnen de EU-landen woedden nog heftige discussies over de toelating van werknemers uit de nieuwe lidstaten. Die debatten worden gevoed door angst van werknemers dat Polen en Bulgaren hun banen inpikken. Maar ook de opvang van deze nieuwe werknemers speelt een rol. Zo hebben CDA en PvdA op de rem getrapt voor het gemakkelijk toelaten van Bulgaren en Roemenen, omdat ze vinden dat er nog te veel problemen zijn met de huisvesting van Polen. Louter economisch bezien zou het goed zijn om barrières voor nieuwe lidstaten meteen op te heffen en om ook vrij verkeer van werknemers voor mensen van buiten de Europese Unie te hebben. Maar dat is dan wel macro-economie op de lange termijn. Op de korte termijn en op lokaal niveau kunnen wel degelijk problemen ontstaan als de arbeidsmarkt van West-Europese landen van het ene op het andere moment wordt geopend voor tal van goedkope arbeidskrachten uit andere landen. Verder bestaat er spanning met het immigratiebeleid dat in vele landen de laatste jaren strenger is geworden. Voor beleidsmakers zal de asielproblematiek een totaal ander onderwerp zijn dan arbeidsmigratie, maar dat onderscheid zullen veel burgers niet maken. De acceptatie van veel burgers om buitenlanders toe te laten is afgenomen. Maar het is niet alleen het immigratiesentiment dat open grenzen in de weg staat. Ook de werkloosheid in sommige landen staat hiermee op gespannen voet. Zo kreeg eurocommissaris van justitie Franco Frattini veel kritiek voor zijn poging om een kenniswerkersregeling op te tuigen om heel gericht hoogopgeleide mensen uit het buitenland aan te trekken. Individuele lidstaten, zoals Nederland en Denemarken, hebben wel behoefte aan soepeler immigratieregels voor kenniswerkers. Maar een land als Duitsland wil eerst de eigen werklozen aan de slag helpen. Uit een gisteren verschenen onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat tekorten op de arbeidsmarkt hand in hand gaan met een lage arbeidsparticipatie. Het ziet er zelfs naar uit dat het mooie Lissabon-doel van een arbeidsparticipatie van 70 procent in 2010 niet gehaald zal worden. Het schrijnendst is het hoge aantal werkloze jongeren. Deze treurige cijfers hebben de EU-landen aan zichzelf te wijten. Ondanks beloftes om sociale hervormingen door te voeren en de arbeidsmarkt te flexibiliseren, is er door de meeste landen veel te weinig gedaan. Met zoveel mensen in eigen land die langs de kant staan, zou het onverkoopbaar zijn om de grenzen open te gooien. Martin Visser is correspondent van Het Financieele Dagblad in Brussel. E-mail: visser@fd.nlBlog: blogs.fd.nl/brussel
Aantal onvervulde vacatures bij gemeenten loopt gestaag op Gemeenten zakken steeds verder weg op de arbeidsmarkt, in tegenstelling tot andere overheidssectoren. Het beleidsplan uit 2006 lijkt nu al mislukt. De positie van gemeenten op de arbeidsmarkt neemt dramatische vormen aan. Uit vorige week gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat geen enkele andere overheidssector zo moeilijk mensen werft als gemeenten. Het aantal niet vervulde vacatures loopt gestaag op. Alleen in het onderwijs zijn meer vacatures, maar daar komen meer nieuwe medewerkers binnen dan dat er vacatures ontstaan. Bij gemeenten is het omgekeerde het geval: het aantal nieuwe ambtenaren is kleiner dan het aantal nieuw ontstane vacatures. Het verschil bedroeg in het vierde kwartaal vorig jaar vierhonderd. Bij de andere overheidssectoren is de kloof tussen de vraag en het aanbod van personeel veel kleiner. Bij de rijksoverheid bijvoorbeeld, kwamen twaalfhonderd nieuwe medewerkers binnen in het vierde kwartaal van 2007, terwijl er slechts elfhonderd vacatures waren. In die periode ontstonden er negenhonderd vacatures. In ditzelfde kwartaal telden de gemeenten 4900 vacatures, waarvan er 3200 werden vervuld. Dat is een verslechtering ten opzichte van dezelfde periode in 2006 (3700 vacatures, 2500 vervuld). Het aantal niet vervulde vacatures breidde zich in een jaar tijd uit van twaalfhonderd tot zeventienhonderd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zoekt de oorzaak vooral in de gedeeltelijk mislukte cao-onderhandelingen van vorig jaar. Het lukte niet meer financiële ruimte voor hoogopgeleiden te scheppen. 'Wij wilden meer periodieken inbouwen in de hogere schalen', licht woordvoerster Asha Khoenkhoen toe. 'Maar dat is niet gelukt. Het is voor gemeenten sowieso al moeilijk hoogopgeleiden te werven.' Doemscenario In een beleidsplan van september 2006 waarschuwde het College voor Arbeidszaken (CvA) van de VNG al voor de vergrijzing die zou leiden tot leegloop en de moeite om jonge hoogopgeleide vervangers aan te trekken. In het beleidsplan 2007-2010 schreef het CvA dat er verder moest worden geïnvesteerd in de wervingskracht van gemeenten. Een van de antwoorden was een gedifferentieerde loonontwikkeling die zou voorzien in interessante arbeidsvoorwaarden voor de hoger opgeleiden. Andere instrumenten waren de verbeterde inzet van personeel en het behoud van goed personeel, aldus het beleidsplan. Het plan lijkt echter al te zijn mislukt voordat het de kans heeft gekregen zich te bewijzen. Van gedifferentieerde arbeidsvoorwaarden is niets terecht gekomen. 'De bonden liggen dwars', aldus Khoenkhoen van de VNG. 'Die willen ook meer ruimte in de lagere loonschalen. Maar in de lagere schalen bieden wij reeds een beter salaris dan de marktsector.' Met andere voornemens is het beter gegaan, maar tot zichtbare resultaten hebben die niet geleid. Uit onderzoek in januari van InOverheid.nl blijkt dat een baan bij de overheid voor bijna één op de drie ambtenaren favoriet is, met andere woorden: ambtenaren op dit moment niet werkzaam bij een gemeente zouden daar best willen werken. Dat ze desalniettemin wegblijven ligt volgens arbeidsmarktdeskundigen echter niet aan de arbeidsvoorwaarden, maar aan het imago van gemeenten. Die verzuimen om samen op te trekken. 'Het probleem is dat er zo veel gemeenten zijn', zegt Yvette van de Vliet, commercieel directeur van Yer, wervingsbureau voor jonge hoogopgeleiden. 'Werkgevers moeten opvallen, maar dat doen gemeenten niet. Heel lang heb ik niet geweten dat zij een gezamenlijke vacaturesite hebben. Die wordt namelijk niet gepromoot. Gemeenten concentreren zich nog heel traditioneel op regionale arbeidsmarkten. Maar jongeren zoeken landelijk.' Volgens Van de Vliet spelen de arbeidsvoorwaarden van gemeenten een ondergeschikte rol op de arbeidsmarkt. Jongeren krijgen in het bedrijfsleven bepaald niet beter betaald. 'Er zijn zeker kansen voor gemeenten, maar dan moeten zij wel hun krachten bundelen. 'Het rijk profileert zich als een eenheid. De website Werkenbijhetrijk.nl is een van de meest bezochte banensites. De banen bij het rijk zijn minder concreet dan elders, maar door ze te presenteren als maatschappelijk belangrijk en door ook aandacht te besteden aan worklifebalance, worden ze toch aantrekkelijk. Gemeenten leggen het hiertegen af.' Verplicht werk helpt werkloze aan baan amsterdam - Ook langdurig werkloze krijgt door werken zin in een baan. 'Verplicht werk is leuk.' amsterdam Ook langdurig werklozen moeten verplicht aan het werk worden gezet. Dat concludeert de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) op basis van een eigen onderzoek naar het project Work First. In de RWI overleggen werkgevers, werknemers en gemeenten over arbeid en integratie. Bij Work First krijgen mensen met een bijstandsuitkering van de gemeente een combinatie van werk en opleiding aangeboden. Weigeren ze te werken, dan verliezen ze hun uitkering. Tot nu toe moesten alleen instromers in de bijstand (15áprocent van de 281 duizend bijstandsgerechtigden) aan de slag in ruil voor een uitkering. Als het aan de RWI ligt, worden ook mensen die al veel langer een uitkering krijgen op deze manier aan het werk geholpen. Voorwaarde is dat wordt toegewerkt naar een duurzame terugkeer op de arbeidsmarkt. 'Het is niet bedoeld om werklozen rotklusjes te laten opknappen in ruil voor een uitkering', zegt Caroline Rietbergen, namens de FNV betrokken bij het onderzoek. Het RWI is kritisch over gemeenten die alleen simpel werk aanbieden, om de werklozen bezig te houden. In Nederland maakt 80 procent van de gemeenten gebruik van Work First-trajecten. Centraal daarbij staat dat werklozen weer aan de slag gaan, zodat ze werkervaring opdoen en ritme krijgen. Over het algemeen wordt Work First gezien als een succes. Ongeveer eenderde van de mensen die een uitkering aanvragen, schrikt daarvoor terug vanwege de werkverplichting, zo bleek in mei 2007 uit onderzoek van de vereniging van directeuren van de sociale dienst, Divosa. Sinds in 2004 de Wet Werk en Bijstand (WWB) is ingevoerd, waarbij gemeenten financieel gestimuleerd worden om werklozen aan een baan te helpen, is het aantal uitkeringen steevast gedaald. Uit het onderzoek van de RWI blijkt nu dat 70 procent van de 75áondervraagde uitkeringsgerechtigden door Work First meer zin heeft gekregen om te werken. 60 procent zegt meer zelfvertrouwen te hebben gekregen en nieuwe vaardigheden te hebben geleerd. Ruim de helft van de respondenten vindt het werk 'leuk'. 'Logisch', zegt Jacques Peeters van de Bijstandsbond uit Amsterdam. 'De deelnemers zijn doodsbang dat ze gekort worden op hun uitkering als ze niet vrolijk komen werken.' De Work First-trajecten doen hem denken aan werkkampen en ze helpen volgens hem totaal niet bij het vinden van werk. Er is nog wel wat te verbeteren aan Work First, stelt Rietbergen. Zo moeten deelnemers na een half jaar uitzicht hebben op betaald werk en moet het werk aansluiten op de behoefte van de werkzoekende. 'En, niet onbelangrijk, werk moet beloond worden met een bonus. Uit onderzoek blijkt namelijk dat geld de beste motivatie is om te gaan werken.' In november kondigde het kabinet aan dat WORK First ingezet zou moeten worden voor WW'ers als zij niet snel genoeg werk vinden, en volgende week presenteert het kabinet waarschijnlijk nieuwe reïntegratieplannen. In maart is er een hoorzitting over de kwestie. 'Werklozen geen klusjes laten opknappen in ruil voor een uitkering'
|
