Maandag 7 april 2008
   

07-04-2008 Werven komen om in werk (Het Financieele Dagblad)
05-04-2008 ‘Kabinet jaagt vrouw de arbeidsmarkt op’ (Nederlands Dagblad)
05-04-2008 ‘Nederland deeltijdland zit behoorlijk vast’  (de Volkskrant)
05-04-2008 De strijd om de sollicitatieplicht  (de Volkskrant)
05-04-2008 Moeders hard nodig tegen de vergrijzing  (De Pers)
03-04-2008 ‘Carp moet weer confronteren’ (Adformatie)
05-04-2008 De stelling van Mirjam Sijmons: Ideeën en arbeid van buiten moeten we omarmen  (NRC Handelsblad)
05-04-2008 Weinig respons op groot banenverlies  (de Volkskrant)
04-04-2008 Online recruitment sterk gestegen (Cobouw)


 

 

Werven komen om in werk
07-04-2008

Scheepsbouwers zeggen dat duizenden vacatures niet of moeilijk vervuld worden

Hans de Jongh - Amsterdam

De Nederlandse scheepsbouw bloeit als nooit tevoren en kampt met een groeiend tekort aan arbeidskrachten. Volgens scheepsbouw Nederland zijn er nu 2500 vacatures bij werven en hun toeleveranciers, die samen werk bieden aan in totaal 25.000 mensen.

'We kampen met een luxe probleem, we hebben een schreeuwend tekort aan technici', zegt Martin Bloem van de ondernemersorganisatie.

De Nederlandse scheepsbouw profiteert vooral van de uitzonderlijk gunstige marktomstandigheden in de bagger- en de offshore-industrie. Door de hoge olieprijs en de landaanwinningen in China en het Midden-Oosten, ontsnappen deze twee sectoren aan de om zich heen grijpende kredietcrisis.

Dit leidt tot uitpuilende orderboeken bij onder meer IHC Caland, de grootste werf ter wereld voor baggerschepen.

IHC, dat ook schepen bouwt voor de olie- en gaswinning op zee, meldde vorig week een verdubbeling van de nettowinst. Die kwam vorig jaar uit op een record van euro 65 mln, aldus de werf uit Sliedrecht, die nu 180 vacatures telt en gemiddeld een medewerker per dag aantrekt. 'Maar het is nooit genoeg', aldus bestuursvoorzitter Goof Hamers.

Vanwege de krappe arbeidsmarkt en het gebrek aan scheepshellingen is IHC uitgeweken naar het buitenland. De onderneming, die 2200 werknemers telt, laat steeds meer werk uitvoeren bij een werf in Belgrado.

Bovendien gaat IHC zijn productievestiging uitbreiden in de Zuid-Chinese stad Guangzhou, dichtbij Hongkong. 'En we onderzoeken verdere uitbreidingen in China', aldus Hamers.

Vooral dankzij de groeiende steun vanuit Belgrado kan IHC relatief snel kleine baggerschepen leveren. De wachttijd is daardoor gehalveerd tot een jaar, aldus Hamers. 'Dat is een acceptabele levertijd waar de baggerbedrijven mee uit de voeten kunnen.'

Maar wie een groot baggerschip wil, moet nog steeds vier jaar wachten voordat het vaartuig gebouwd is. Dat komt niet alleen door een gebrek aan mankracht, maar ook door een toenemende schaarste aan materiaal. Hierdoor zijn er ongekend lange wachttijden voor schroeven en scheepsmotoren.

Bij leveranciers als Wärtsilä uit Finland, het Amerikaanse Caterpillar en het Duitse MAN kan het al gauw twee jaar duren voordat ze een dieselmotor kunnen leveren. 'Af en toe wordt een bestelling afgezegd en dan zie je partijen daarop af springen', aldus de Nederlandse salesmanager van een machinefabrikant.

Die afbestellingen komen de laatste maanden trouwens iets vaker voor. Langzamerhand wordt zichtbaar dat een groeiend aantal afnemers de financiering van hun schepen niet meer rond krijgt. Maar dit bijverschijnsel geeft de Nederlandse werven weinig lucht. De afbestellingen gelden vooral motoren voor containerschepen en bulkcarriers. Voor bagger- en offshorevaartuigen komt zelden of nooit plotseling een motor vrij.

Dat merken ze ook bij offshoreaannemer Heerema. 'Aan de ene kant groeit onze afzetmarkt, maar aan de andere kant groeien ook de tekorten aan mensen en materiaal', aldus woordvoerder Dido van Holte. Heerema bouwt, vervoert en installeert olieplatforms met in totaal 1700 werknemers.

Vanwege de schaarse mondiale productiecapaciteit, bestellen oliemaatschappijen hun platforms steeds vroeger. Inmiddels is de periode tussen bestelling en levering opgelopen tot vijf jaar. Een paar jaar geleden bedroeg die periode slechts 24 maanden.

'Er is een verhoogde druk op de markt', aldus Van Holte. 'En dat merk je door de hele keten. We zien dat alles groeit, dus hebben we ook meer mensen nodig. Alleen wordt het steeds lastiger om die te vinden.'

Open huis
Bezoek een werf
Vandaag start de Week van de Scheepsbouw
Bedoeling van deze week is om medewerkers te werven
Werven en toeleveranciers zetten hun deuren open voor geïnteresseerde scholieren
De scheepsbouw heeft vooral een tekort aan technici op mbo- en hbo-niveau


 

‘Kabinet jaagt vrouw de arbeidsmarkt op’
05-04-2008 

De manier waarop het kabinet vrouwen de arbeidsmarkt opjaagt verontrust sommige leden van de ChristenUnie. Maar niet iedereen denkt er zo over. ,,De innerlijke drive bij vrouwen om te werken is ook toegenomen.’’

door onze redacteur Eduard Sloot

AMERSFOORT – ,,Het lijkt dat als je niet participeert, je een moreel foute keus maakt’’, zegt Simone Kennedy-Doornbos, raadslid voor de Christenunie in Amersfoort. Zij heeft moeite met de mate waarin het kabinet hamert op zogeheten arbeidsparticipatie. In het kader van de vergrijzing wil de regering dat in 2016 tachtig procent van de Nederlandse beroepsbevolking werkt. Vooral vrouwen moeten meer aan de slag. ,,Je moet geen quota stellen’’, zegt Kennedy. ,,Door alle nadruk op betaalde arbeid, creëer je een sfeer van ‘als ik niet doorga met werken, ontwikkel ik me niet meer en sta ik stil’. Maar je kunt je persoonlijk prima ontwikkelen door thuis te zorgen voor de kinderen.’’ Meer aanwezigen gisteren tijdens een congres van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie in Amersfoort maakten zich zorgen over deze dwang om meer te werken. ,,Moeten wij ons laten leiden door de arbeidsmarkt? Vrouwen de arbeidsmarkt opjagen trekt gezinnen uit elkaar. De ChristenUnie moet zich daarin duidelijker profileren.’’ De huidige focus op arbeidsparticipatie en de oproep aan vrouwen om (meer) te gaan werken is een politieke keuze, zegt Benne van Popta van werkgeversorganisatie MKB Nederland en prominent lid van de Christenunie. ,,Het kabinet heeft andere mogelijkheden geblokkeerd. Ook de Sociaal Economische Raad (overlegorgaan van werkgevers en werknemers, red.) legt veel nadruk op arbeidsdeelname. Over de hypotheekrente en de AOW-leeftijd kon niet worden gesproken. Dan kom je terecht bij de oproep dat vrouwen grotere deeltijdbanen moeten nemen.’’ Toch wil Van Popta het beeld van dwang om te werken graag nuanceren. ,,In christelijke kring wordt nogal eens met zorg gesproken over de combinatie gezin en werk. Men heeft dan het gevoel dat hen wordt aangepraat dat het goed is dat vrouwen werken en dat dit in conflict komt met de eerste verantwoordelijkheid voor kinderen. De innerlijke drive van vrouwen om te werken is echter ook toegenomen. Daarnaast is het christelijk gezin kleiner dan veertig jaar geleden, dat dwingt tot andere keuzes.’’ Als beide ouders werken en de combinatie van arbeid en zorg in de knel komt, is dat allereerst de eigen keus van ouders, vindt Van Popta. ,,Als je eerst een mooi duur huis koopt, maar dan merkt dat je arbeid en zorg niet kunt combineren, moet je niet naar de overheid kijken of de kinderbijslag niet omhoog kan. Met een bescheidener huis koop je de vrijheid om twee dagen in de week niet te werken.’’

Kinderopvang Is de zorg voor het gezin belangrijker dan de persoonlijke ontwikkeling van ouders die gaan werken? Dat hoeft niet altijd op gespannen voet met elkaar te staan, zegt onderzoekster Erna Hooghiemstra. Kinderopvang is niet per definitie slechter dan thuis voor de kinderen zorgen, zegt zij. ,,Wetenschappelijk zijn er geen duidelijke aanwijzingen dat thuis zorgen voor de kinderen beter is dan kinderopvang. Er zijn omstandigheden dat een externe factor juist goed is, bijvoorbeeld bij probleemgezinnen in achterstandswijken.’’ ,,Het welzijn van het kind staat bovenaan’’, vindt raadslid Kennedy. ,,Maar dat betekent niet dat je niet aan je persoonlijke ontwikkeling kunt werken. Als partners moet je elkaar daarin ruimte geven.’’ Een hogere arbeidsdeelname, zoals het kabinet graag wil, heeft voordelen, maar ook nadelen, zegt Kennedy. ,,Bijvoorbeeld dat je niet meer flexibel kunt inspringen op noden om je heen, of heel praktisch: dat je gewoon geen tijd meer hebt om lekker te koken of in de tuin bezig te zijn.’’



‘Nederland deeltijdland zit behoorlijk vast’
05-04-2008

den haag - Yvonne Doorduyn

Oud-nieuwslezeres en AVRO-presentatrice Pia Dijkstra (53) is het nieuwe gezicht van een overheidscampagne die vrouwen in kleine baantjes gaat aansporen meer te werken. Als voorzitter van de Taskforce Deeltijd Plus gaat ze twee jaar lang motiveren, publiceren, reclame maken en bijeenkomsten organiseren ­­­ voor de miljoen vrouwen die in enquêtes zeggen dat ze liever twee uur per week meer werken. Omdat de vrouwen het willen, maar vooral omdat elke helpende hand nodig is om te zorgen dat de economie het hoofd boven water houdt. 'Met mijn werk bij de AVRO (onder meer Vinger aan de Pols, red.) zie ik de vergrijzing in de zorg om zich heen grijpen. Daar werken veel vrouwen, maar straks is een op de vijf werknemers nodig in de zorg.'

Veel vrouwen zijn blij met een kleine baan, ze zijn graag bij de kinderen. Is hun geluk niet belangrijker dan de economie?
'Ja. Maar geluk hangt ook af van een goedlopende economie. Stel je wordt ziek en er is niemand om je te verplegen.

'De Taskforce dwingt niemand om fulltime te werken. Vrouwen kiezen er terecht voor in die eerste jaren veel bij hun kinderen te zijn. Maar tussen een kleine deeltijdbaan en fulltime zit nog veel ruimte.'
Gebeurt het uiteindelijk niet vanzelf? Kinderen zien hun moeder werken, en vinden dat straks zelf heel normaal.

'Nee, de deeltijdcultuur zit behoorlijk vast. Sterker, ik heb de indruk dat de nieuwe generatie minder uren wil werken dan wij. Ze zijn opgevoed met: alles kan en mag, en moet vooral leuk zijn. Veel tijd voor jezelf, een beetje hedonistisch. Ik zie het bij mijn zoon van 19. Maar als je naar de arbeidsmarkt kijkt, kunnen we dat niet laten gebeuren.'
In Denemarken, waar vrouwen bijna allemaal fulltime werken, zijn ze jaloers op ons systeem.

'Je kan iets koesteren zolang je in de luxe zit dat het kan. Die tijd is voorbij. Denemarken deed in de jaren zestig en zeventig een beroep op vrouwen, Nederland trok gastarbeiders aan om het werk te doen. Met de kennis van nu kun je je afvragen of we dat opnieuw willen, nu met Oost-Europeanen.
'Bovendien heeft werk voor vrouwen een heel positieve kant: je ontwikkelt jezelf.'

We hebben toch al een powerfeministe, Heleen Mees?
'Ik ben niet het type Heleen Mees. Ik spreek niet vanuit de moraal, niet dwingend. Mees veroordeelt vrouwen die niet werken. Bij de Taskforce staat de vrije keuze voorop.'
 


 
 

De strijd om de sollicitatieplicht
05-04-2008 

De Kamer had deze week weinig sympathie voor het idee om de sollicitatieplicht voor bijstandsmoeders (m/v) te schrappen. Ineke van Gent (GroenLinks) kwam met de winnende quote: 'Het kabinet helpt een goed beleid om zeep.' Samen met Atzo Nicolaï van de VVD diende zij een motie in die gemeenten meer bevoegdheden geeft bij het voorschrijven van de sollicitatieplicht.

Mijn sympathie lag, als krantenlezer, direct bij Van Gent en Nicolaï. Mede als gevolg van de herinvoering van de sollicitatieplicht zijn de afgelopen drie jaar twintig- van de ruim honderdduizend bijstandsmoeders (m/v) aan de slag gegaan. Inmiddels geef ik het kabinet groot gelijk. Wat is er in de tussentijd geschied?

Een zoektocht naar de feiten.

Op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zocht ik vergeefs naar de bij het nieuws behorende stukken. Een telefoontje naar de afdeling persvoorlichting leidde tot de conclusie dat er helemaal nog geen stukken zijn. Althans: men verwacht dat de stukken pas over een week of zes naar het kabinet gaan, en daarna pas naar de Kamer. Formeel is er dus nog helemaal geen voorstel.

De hoofdlijnen van het voorstel zijn me niettemin uit de doeken gedaan, en als die overeenstemmen met het voorstel dat straks naar de Kamer gaat, heeft het kabinet groot gelijk en hebben Van Gent en Nicolaï ongelijk.

SZW wil de sollicitatieplicht helemaal niet afschaffen namelijk. Het voorstel is om de bijstandsmoeder (m/v) een recht te geven op scholing. Daardoor kan de bijstandsmoeder straks kiezen: solliciteren en aan het werk gaan, of terug naar school en later solliciteren en aan het werk gaan.

Voor wie naar de feiten kijkt is hier veel voor te zeggen. Zeven op de tien bijstandsmoeders (m/v) beschikken niet over een 'startkwalificatie voor de arbeidsmarkt', dat wil zeggen: een opleiding die hen in staat stelt zich zelfstandig duurzaam op de arbeidsmarkt te redden. Technischer: wie geen diploma heeft op minimaal mbo-niveau 2, heeft geen startkwalificatie. Deze 'startkwalificatie' heeft echte betekenis: onder twintigers zonder startkwalificatie is het werkloosheidspercentage twee keer hoger dan onder twintigers met startkwalificatie.

Zowel vanuit het belang van de betrokken moeders (m/v), als vanuit het perspectief van de samenleving is extra scholing voor deze groep dus wenselijk. Door betrokkenen zelf te laten kiezen ontstaat geen dwang en wordt niet betutteld, maar ontstaat een nieuwe kans. Grijp 'm of laat 'm liggen.

Daar komt nog iets bij. Door de bank genomen hebben gemeenten goed gereageerd op de nieuwe prikkels van de Wet Werk en Bijstand. Marcel van Dam meent weliswaar dat die wet heeft bijgedragen aan meer vrouwenmishandeling, meer diefstal en meer zelfmoorden (in z'n column van vorige week), maar zolang die boude bewering niet door feiten wordt ondersteund zullen we dat maar negeren. Feit is dat het aantal mensen met een bijstandsuitkering stevig is gedaald, mede doordat de Diensten Werk en Inkomen hun werk beter zijn gaan doen.

Tussen de gemeentes, echter, bestaan grote verschillen. Deze week publiceerde de vereniging van directeuren van Diensten Werk en Inkomen, Divosa, een onderzoek van het Haagse onderzoeksbureau APE naar de gemeentelijke verschillen. Die zijn groot. In 2007 daalde de bijstandspopulatie gemiddeld met 8 procent. Onder de grotere gemeenten (meer dan zestigduizend inwoners) waren Lelystad (- 22 procent) en Roosendaal (- 21 procent) de koplopers. Gemeenten als Katwijk (+ 7 procent), Sittard-Geleen (0), Haarlemmermeer (0) en Amstelveen (- 1) sloten de rij. Die hebben iets uit te leggen.

Bij de verschillen in prestaties speelt volgens Sociale Zaken een rol dat gemeenten veel ruimte hebben bij de invulling van de sollicitatieplicht voor bijstandsmoeders (m/v). Gemeenten mogen daarvan namelijk vrijstelling geven, en sommige gemeentes doen dat op veel ruimere schaal dan andere. Het voorstel van SZW maakt hieraan een eind: een vrijstelling van de sollicitatieplicht impliceert voortaan een scholingsplicht. Da's pure winst.

De bijstand ­­­ dat we die hebben is een zegen. Als laatste redmiddel. Werken of naar school gaan helpt de bijstandsmoeders (m/v) hun economische zelfstandigheid te veroveren (of heroveren). Als het voorstel van SZW in de vorm die mij is uitgelegd de eindstreep haalt, levert dat een positieve bijdrage aan deze emancipatie.

We gaan het zien, over een week of zes.

Een recht op scholing maakt de bijstand beter, niet slechter


Moeders hard nodig tegen de vergrijzing
05-04-2008 

Pia Dijkstra staat aan het roer van een door het kabinet in het leven geroepen werkgroep die moeders weer aan het werk moet krijgen. De werkgroep – met de ambtelijke naam Taskforce Deeltijdplus – is gisteren officieel van start gegaan.

Arbeidsmarkt Taskforce Deeltijdplus

Dat Nederlandse vrouwen in groten getale minder gaan werken als ze een kind krijgen, is een bekend gegeven. Net als dat ze na een paar jaar moederschap nog steeds voor kiezen een parttime baan. Slechts 9 procent van alle moeders met minderjarige kinderen werkt fulltime. Het kabinet vindt dit een slechte zaak, omdat de moeders hard nodig zijn om de naderende vergrijzing en personeels­tekorten op te vangen. Dé oplossing, denkt het kabinet, is een bekend paardenmiddel: een praatgroep van prominente Nederlanders. Staatssecretaris Ahmed Aboutaleb van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) presenteerde het clubje gisteren. Naast de bekende voorzitter, zitten in de Taskforce Judith Ploegman, de voorzitter van FNV Jong en Désirée van Gorp, directeur Nyenrode Institute for Competition. Zij gaan praten met onder meer werkgevers, werknemers en vakbonden. Ze hopen na twee jaar een pakket oplossingen aan het kabinet aan te bieden. Waarom blijven moeders als de kinderen groter worden parttime werken? Waar ligt dat nu aan? Willen ze niet meer arbeidsuren maken, of is het lastig om meer te gaan werken? Dat zijn vragen die het clubje gaat onderzoeken, vertelt Jeantine Reiger van SZW. De werkgroep gaat proberen de hardnekkige statistieken om te buigen: 10 procent van de vrouwen stopt helemaal met werken na de geboorte van een eerste kind; de helft van de fulltime werkende vrouwen gaat minder uren werken nadat ze moeder zijn geworden. Tegelijkertijd blijft 80 procent van de mannen fulltime werken als ze vader zijn geworden. Slechts 6 procent van de in deeltijd werkende vrouwen gaat weer meer uren werken wanneer de kinderen de basisschoolleeftijd hebben bereikt, 10 procent gaat meer werken als het jongste kind naar de middelbare school gaat, blijkt uit cijfers van het CBS.


 

‘Carp moet weer confronteren’ 
03-04-2008 

Ooit was Carp, onder hoofdredacteur Peter van der Klugt, ‘sexy en intelligent’, de laatste jaren was het vrij abstract en afstandelijk. Dat zegt de net aangestelde hoofdredacteur Mabel van den Dungen over de tweewekelijkse arbeidsmarkt-titel, die onlangs door het Telegraaf-concern werd gekocht. Van den Dungen: ‘Ik wil Carp confronterend, nuttig en persoonlijk maken.’ Te lang is het merk Carp onder eerdere eigenaren als Aromedia ‘uitgeknepen’, aldus Van den Dungen. ‘Toch blijft het een goed merk. Maar als je het nu niet aanpakt, lukt het nooit meer.’ Carp verschijnt als cc-blad tweewekelijks, in een oplage van 135.000 stuks. Die verschijningsfrequentie gaat veranderen, al wil Van den Dungen daar verder nog niets over kwijt. De Telegraaf wil flink investeren in redactie en marketing: een campagne van de hand van Only staat op de rol.
 


De stelling van Mirjam Sijmons:
 Ideeën en arbeid van buiten moeten we omarmen
05-04-2008 

Als we geen mensen hebben die hier werken, worden de pensioenen niet opgebouwd. Dus heb je arbeidskrachten van buiten nodig, zegt Mirjam Sijmons tegen Roel Janssen.

Volgens het Centraal Planbureau is de daling van de werkloosheid voorbij. Krijgt Nederland weer een banenprobleem?
"De uitzendbranche fungeert als een weerhuisje dat de relatie tussen werkloosheid en economische groei aangeeft. Op het ogenblik staan er meer vacatures open dan sinds jaren het geval is geweest. Ik verwacht dan ook geen problemen op de arbeidsmarkt door een gebrek aan vacatures, maar door tekorten aan beschikbare mensen. Anders dan in het verleden zal een afzwakking van de groei niet gepaard gaan met oplopende werkloosheid."

Waarom niet?
"Tweederde van de vraag naar arbeid bestaat uit vervangingsvraag en die houdt nauwelijks verband met de economische groei. Het gaat om mensen die vervangen moeten worden omdat ze met pensioen gaan. Het aantal werkenden van 55 jaar of ouder is heel groot. Veertig procent van de ambtenaren is 55-plusser. Die stromen tussen nu en tien jaar allemaal uit.

"Ook al bezuinig je 20 procent op het aantal ambtenaren, dan moet je nog altijd 20 procent vervangen. Daarnaast is er sprake van een toenemende vraag in de zorg. Nu werkt 16 procent van de beroepsbevolking in de zorg, de verwachting is dat dit binnen tien jaar een kwart zal zijn."

Als de groei stilvalt ontstaat er toch werkloosheid?
"Zelfs bij een nulgroei van de economie blijft er een gat tussen vraag en aanbod van arbeid. Ik heb het over mensen met een afgeronde mbo- of hbo-opleiding. Van het ongeschoolde werk verdwijnt één à anderhalf procent per jaar vanzelf naar het buitenland. Maar voor geschoolde banen blijven de tekorten groot. In de regio Rijnmond is nu al sprake van stagnerende groei door een tekort aan mensen."

Hoeven we ons over de arbeidsmarkt dus niet druk te maken?
"We moeten ons druk maken om de andere kant van het verhaal: hoe zorgen we er voor dat de economie blijft groeien met minder mensen? Dan heb je het over productiviteit en moet je kijken waar je de mensen vandaan haalt. Dat moet je per doelgroep bekijken. Er is sprake van een enorme schooluitval van jongeren aan de onderkant in het vmbo. Dat moet je als een werkloosheidprobleem beschouwen, want die jongeren willen niet een leven lang in de bediening op een terras of als vakkenvuller bij de supermarkt werken. Het is belangrijk dat jongeren met een afgeronde scholing de arbeidsmarkt betreden. Naar geschoolde vmbo'ers is grote vraag in sectoren zoals de metaal of de bouw."

Wat is het perspectief voor de arbeidsmarkt op langere termijn?
"Je moet rekening houden met de demografische ontwikkelingen. Die zijn anders dan in het verleden."

Er zijn politieke partijen die anders over de demografische gevolgen denken. Ze willen de grenzen sluiten voor immigratie.
"Vanuit bedrijfseconomisch gezichtspunt is dat achterhaald. Je hebt mensen nodig, leraren, verpleegkundigen, economen en verkopers, om de economie draaiende te houden. En we hebben ze straks zelf niet meer in de aanbieding."

Een deel van de immigranten kan die beroepen niet uitoefenen. Al was het maar vanwege de taalbarrière.
"Dan is het zaak dat we daar in investeren. Het is gevaarlijk om als samenleving te zeggen 'Alles van buiten blijft buiten en laten we de grenzen sluiten.' We leven in een mondiale wereld. Volgens langetermijnramingen beschikt Europa over 200 jaar nog maar over de helft van het huidige aantal inwoners. Daarop moet de politiek zich richten, niet op de komende 12 maanden."

Voor politici zijn 200 jaar heel veel verkiezingen verder.
"Dat is de tragiek. Toch moeten we anticiperen op wat er gebeurt met het continent Europa, waarvan Nederland een onderdeel is."

Volgens opiniepeilingen zou bijna de helft van de kiezers nu stemmen op partijen die van mening zijn dat moslims het land uit moeten of dat Oost-Europeanen het land niet in mogen.
"Ik hoop dat we tot bezinning komen. We hebben die mensen heel erg nodig."

Dat klinkt als een heel erg werkgeversargument.
"Nee, het is een economisch argument. Als we geen mensen hebben die hier werken, worden de pensioenen niet opgebouwd. Het is ook een welvaartsargument: als er geen sociale premies worden afgedragen, kunnen we onze sociale voorzieningen niet onderhouden. We eisen veel van de samenleving. Dan moeten we daar ook de consequenties van inzien op het gebied van de arbeidsmarkt."

Wat moeten bedrijven doen voordat ze besluiten: we halen nieuwe medewerkers uit Polen?
"Ze moeten er voor zorgen dat hun werknemers het naar de zin hebben. Driekwart van de mensen verlaat hun baan omdat ze zich niet thuis voelen bij hun bedrijf. Het gaat niet primair om een hoger salaris of over de inhoud van het werk; het gaat erom dat werknemers zich prettig voelen in een organisatie. Jongeren vinden authenticiteit van een bedrijf belangrijk. Jongeren zijn het meest tevreden om te werken bij het midden- en kleinbedrijf. Daar verdienen ze minder dan bij grote bedrijven, maar ze vinden het leuker. In een MKB-bedrijf ga je niet op in een anonieme bureaucratie. Daar zijn jongeren erg gevoelig voor."

Onder immigranten is de werkloosheid nog altijd groot. Wanneer wordt dat minder?
"Je moet onderscheid maken tussen opgeleide en niet-opgeleide allochtonen. De goed opgeleiden moet je niet als allochtonen benaderen. Die bereik je door ze aan te spreken met: 'wil je carrière maken en wil je een goede baan?' Dat werkt goed. Daarom ben ik er voorstander van om het woord allochtoon niet meer te gebruiken. De term suggereert een homogeniteit in doelgroepen die er niet is. In beide groepen heb je goed opgeleiden die zó op de arbeidsmarkt terechtkunnen. En in beide groepen heb je drop-outs. Die moet je aanpakken. Door hardnekkig in die twee termen te blijven praten blijven we hardnekkig doen alsof het twee homogene groepen zijn. Dat is niet zo."

Dit neemt niet weg dat er een hardnekkige groep laag opgeleide allochtonen is. Op die groep zijn de angst en de negatieve beeldvorming goeddeels gebaseerd.
"Er zijn maximale inspanningen nodig om ze Nederlands te leren en scholing te geven. Zodat ze kunnen integreren in het bedrijfsleven en een bestaan kunnen opbouwen. Niet binnen vier muren, niet binnen de eigen gemeenschap en niet binnen de cultuur van de schotelantennes. Maar het is ook een ramp als allochtonen uitvallen, in de schulden komen en een marginaal bestaan leiden."

Kan Nederland gezien de demografische veranderingen de verzorgingsstaat blijven volhouden?
"Nederland beschikt over een enorm potentieel aan menselijke kwaliteit. Of we de welvaart over een periode van 50 of 100 jaar kunnen vasthouden, hangt af van de vraag of we in staat zijn te blijven groeien. Futurologen zeggen dat het een aflopend tij is in Europa. De hoogtijdagen van Europa zijn geweest. Dan heb je het over 200 jaar."

Ik bedoel de komende twintig jaar.
"We moeten weer een open blik krijgen op wat van buiten komt. Ideeën en arbeid van buiten moeten we omarmen, we moeten onze nieuwsgierigheid terug krijgen. Nieuwsgierigheid is beter dan angst. Angst is gemakkelijker, maar nieuwsgierigheid is oneindig veel leuker."



Weinig respons op groot banenverlies
05-04-2008

NEW YORK Ook in de Verenigde Staten bleef een heftige reactie op vrijdag gepubliceerde banencijfers uit. De belangrijkste Amerikaanse beursgraadmeter stond lang in de plus, maar noteerde aan het eind van de dag toch nog een licht verlies. De Dow Jones eindigde op 12,612.51 punten: een min van 0,11 procent. De slotkoers van de breed samengestelde S&P 500 was nagenoeg hetzelfde als die van gisteren, de Nasdaq steeg met 0,32 procent.

BANENVERLIES Het aantal banen in de Verenigde Staten daalde in maart met 80 duizend, zo heeft het Amerikaanse ministerie van Arbeid vrijdag bekendgemaakt. Het gaat om de grootste maandelijkse krimp in vijf jaar tijd. Ook is het al de derde maand op rij dat het aantal banen in de Verenigde Staten afneemt. Analisten hadden gerekend op een kleinere afname, van 60 duizend. De werkloosheid in de Verenigde Staten staat nu op 5,1 procent. Vooral in de bouw werden de afgelopen periode veel banen geschrapt. 


 
 

Online recruitment sterk gestegen
04-04-2008 

Het gebruik van online recruitment is sterk gestegen. Was in 2007 het percentage P&O’ers dat internet gebruikt voor werving 51 procent, het jaar 2008 toont een percentage van 67 procent. Dit blijkt uit de E-Recruitment Monitor 2008 van Totaljobs.nl. In totaal werden 1370 mensen uit Nederland ondervraagd die verantwoordelijk zijn voor personeelswerving. HR-verantwoordelijken jonger dan 35 jaar zijn vrijwel volledig overgestapt op online recruitment, terwijl de ouderen vaker nog kiezen voor krant of tijdschrift. De eigen websites en de recruitment websites van de organisaties laten de meest opvallende toename zien van online gebruikte wervingskanalen.