Maandag 21 april 2008
   

21-04-2008 Vrees niet voor 'gatenkaas-cv' (Spits)
21-04-2008 Headhunters (Spits)
19-04-2008 Hogerop via je vrienden op 't web (Algemeen Dagblad)
21-04-2008 Exclusieve reisjes als wervingsmethode (Spits)
21-04-2008 Goede opleiding hoeft niet te lonen (Het Financieele Dagblad)
18-04-2008 Komindebouw.nl brengt vraag en aanbod bij elkaar (Cobouw)
19-04-2008 Langer werken helpt niet, zeggen de sceptici Flexibel is nu de trend, bij bonden en werkgevers  (NRC Handelsblad)
18-04-2008 Flexibele arbeid slecht voor productiviteit (Het Financieele Dagblad)


 

Vrees niet voor 'gatenkaas-cv'
21-04-2008

Werknemers tot 35 jaar blijken regelmatig van baan te wisselen. "Dat zijn vooral professionals die gericht zijn op ontwikkeling of carrière", zegt arbeidspsycholoog Tjeerd Jorritsma van ArbeidsPsychologie Amsterdam. "Ze zijn hoger opgeleid en ze willen iets doen met die kennis."

Ook Sanne Kortekaas (28) dacht dat ze haar 'droombaan' had gevonden. Na twee sollicitatierondes werd ze aangenomen. Maar tijdens haar eerste werkweek merkte ze dat ze haar functie niet leuk vond. Ieder dag ging ze met hoofdpijn naar huis. "Hier zat ik dan in de organisatie die ik geweldig vond, maar wat ik de hele dag moest doen vond ik verschrikkelijk." Na weken twijfelen, sprak ze uiteindelijk uit dat het werk toch niet bij haar paste. "Dat vond ik moeilijk, omdat ik hen met een probleem opzadelde. Als mijn leidinggevende niet zo open was geweest, had ik uit loyaliteit langer met twijfels doorgewerkt."

Volgens Jorritsma is het niet nodig een schuldgevoel te krijgen als een nieuwe baan toch niet bevalt. "Als werknemer denk je aan wat de werkgever al in je heeft geïnvesteerd. Maar die kosten wegen niet op tegen de kosten op de langere termijn. Mensen die ziek worden omdat hun werk niet bij ze past, kosten uiteindelijk meer."

Jorritsma adviseert eerst te onderzoeken of je de baan leuker kunt maken. "Als dat niet lukt, is het goed met je omgeving te praten over je twijfels. Maar bespreek het niet meteen met je baas. Je moet pas aangeven dat je weg wilt als je concreet nieuw werk hebt." Ook arbeidsjurist Ulli Hoogland waarschuwt daarvoor: "Je baas wil dan weten wanneer je concreet weggaat."

Vaker van baan wisselen is volgens Jorritsma niet schadelijk voor de carrière. "Veel werknemers zijn onnodig bang voor een 'gatenkaas-cv'. Natuurlijk kan de werkgever vragen stellen als er korte periodes op je cv staan, maar het gaat steeds meer om wat je kunt, niet om wat je hebt gedaan." Maar dat is wel afhankelijk van het beroep. "Een secretaresse die verschillende banen heeft gehad, kan aantrekkelijk zijn voor een werkgever. Maar als een arts voor veel bazen heeft gewerkt, roept dat toch vragen op."

Annemarie Engelhart, recruiter en loopbaanadviseur bij de Rabobank, bevestigt dat. "We zien korte werkperiodes niet als iets negatiefs. Je moet wel onder woorden kunnen brengen waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. Je kunt een keer een verkeerde baankeuze hebben gemaakt, dat is niet erg. Bij ons gaat het om de persoon, wat iemand wil en kan."

Volgens Hoogland moeten baanwisselaars wel goed beseffen dat ze financiële risico's lopen. "Wie tijdens een proeftijd stopt, heeft geen inkomen en krijgt vaak ook geen uitkering."

Het 'jobhoppen' kan ook negatieve gevolgen hebben voor het inkomen op de lange termijn. Uit onderzoek van sociologe Sylvia Fuller blijkt dat jobhoppen alleen loont in het begin van de carrière. Mensen die vaker van baan veranderen komen niet in aanmerking voor de standaardloonsverhoging. Iedere baanwisseling verliest de werknemer ongeveer 1 procent van het inkomen.

Gelukkiger 
Maakt van baan wisselen nou ook gelukkiger? Jorritsma: "Dat hoeft niet. Wel creëert een persoon meer ervaringen, waardoor hij dichter bij de eigen drijfveren en wensen komt te staan. Dat laatste kan mensen wel gelukkiger maken. Het blijkt namelijk dat werk dat goed bij een persoon past, bijdraagt tot een algemeen geluksgevoel."

Sanne kon terugkomen bij haar oude baas. De organisatie opende een nieuwe afdeling en kon haar goed gebruiken. Terugkijkend heeft ze geen spijt van haar keuze. "Ik heb veel geleerd over mezelf. Omdat ik even weg ben geweest, sta ik ook bewuster in mijn werk. Ik zie nu positieve kanten van mijn baan die ik voorheen niet meer zag."


 

 

Headhunters
21-04-2008 

Iedere werknemer met een beetje ambitie zal wel eens deze droom hebben gehad: je zit op kantoor achter je bureau en de telefoon gaat. Aan de andere kant van de lijn informeert een zwoele stem (want het is tenslotte een fantasie) of je niet geïnteresseerd bent in een baan bij een groot en sexy bedrijf voor een twee keer zo hoog salaris. Wat blijkt: je bent 'gescout' door een headhunter. Je bent zó goed dat bedrijven achter je aan zitten om je in te lijven.

Krappe arbeidsmarkt
Dit is natuurlijk maar een droom. Maar bij een krappe arbeidsmarkt komt het weldegelijk voor dat de grote talenten in hun vakgebied een telefoontje van een headhunter krijgen met de vraag of ze interesse hebben in een baan bij de concurrent. ,,Het is een vrij agressieve wervingsmethode om mensen direct op te bellen, maar het gebeurt", zegt Ad Veldhuizen, Managing Consultant bij AV Werving & Selectie in Amersfoort. ,,Wij doen ook aan headhunting, maar dat soort methoden gebruiken we niet. Als we op zoek zijn naar een goede accountmanager, dan zullen we eerst binnen ons netwerk gaan informeren. Stel dat we iemand kennen bij - ik noem maar wat - de Telegraaf Media Groep, dan zullen we aan hem vragen of hij nog een goede kandidaat weet voor die functie."

Ook bij Your Company, dat kandidaten werft voor de uitzend- en detacheringsbranche, zijn ze geen voorstander van dit soort directe telefoontjes. ,,We willen ons toch eerst verdiepen in een kandidaat, voordat we het gesprek aangaan", zegt Ineke Maasakker van Your Company. ,,Omdat we al jaren in deze branche werken, hebben we goede contacten. Daardoor kunnen we heel efficiënt werken. In het wilde weg bellen, zullen we nooit doen."

'Headhunting' is een wat platte term voor wat ook wel 'executive search' wordt genoemd. Vroeger werden alleen kandidaten voor de allerhoogste managementfuncties op die manier geworven. ,,Als bijvoorbeeld Philips, Ikea of een ander groot concern op zoek is naar een CEO, wordt er heel gericht een bepaalde kandidaat benaderd", legt Veldhuizen uit. Die kan dan door een headhunter bij de concurrent worden weggehaald. Er wordt contact gelegd, door bijvoorbeeld dezelfde congressen te bezoeken of lid te worden van dezelfde businessclub als de kandidaat."

Tegenwoordig wordt headhunting ook steeds meer toepast als wervingsmethode voor andere functies. Iedereen die te boek staat als een 'high potential' in zijn of haar vakgebied is een mogelijke kandidaat. Alleen, hoe zorg je ervoor dat je onder de aandacht komt bij headhunters? ,,Je moet heel specifiek naar díé bureaus stappen, waar jij het beste bij past", zegt Ineke Maasakker. ,,Die kun je dan laten weten dat je eventueel beschikbaar bent. Daarnaast moet je voor jezelf duidelijk hebben welke functies er voor jou geschikt zijn. Dan kun je veel gerichter te werk gaan."

Goed profiel
Bovendien moet je zorgen dat je een goed profiel hebt, meent Ad Veldhuizen. ,,Om een voorbeeld te noemen: Ad Scheepbouwer staat te boek als een goede saneerder. Dat heeft hij bij KPN heel goed gedaan. Daarmee heeft hij een sterk profiel. Hetzelfde geldt voor iemand als Peter R. de Vries. Als je aan misdaadjournalistiek denkt, denk je als eerste aan hem. Met andere woorden: je moet je specialiseren. Het is bijvoorbeeld niet genoeg om alleen maar accountmanager te zijn. Je moet kijken waar je interesses liggen. Als je geïnteresseerd bent in sport, kun je je specialiseren in sportevenementen. Daarom is het belangrijk dat je ieder jaar een paar keer de tijd neemt om richting te geven aan je carrière."



Hogerop via je vrienden op 't web 
19-04-2008

Netwerken kan overal: op verjaardagfeestjes, bij de sportvereniging en op internet. De zakelijke site LinkedIn heeft van netwerken zijn 'core business' gemaakt. Tekst: Harry van Dooren Illustratie: Pluis Producties

- 'Voor collega's intern voldoet Outlook uistekend, maar vooral voor externe contacten is LindedIn een reuze handige kaartenbak. Veel praktischer dan visitekaartjes.' -

Barack Obama, Victoria Koblenko, Bill Gates en Mabel van Oranje zijn al te vinden op het snelst groeiende zakelijke netwerk van dit moment: LinkedIn. Net als Hyves en Facebook behoort LinkedIn tot de vele 'social networks' die internet rijk is. Gebruikers nodigen vrienden of bekenden per mail uit om lid te worden van de online ontmoetingsplaatsen. Bij LinkedIn ligt de nadruk op arbeid en carrière; verhalen over familie, zieke huisdieren en hobby's zul je er niet vinden.

De meeste gebruikers plaatsen een uitgebreid cv op de site, inclusief referenties en aanbevelingen. In zo'n profiel kun je aangeven wat het doel van je lidmaatschap is. Bijvoorbeeld career opportunities, want op LinkedIn is Engels de voertaal.

Het netwerken kan nu beginnen. Zodra mensen ingaan op jouw uitnodiging lid te worden van jouw netwerk, begint de bal te rollen. Een geaccepteerde uitnodiging geeft weer toegang tot de connections van de kersverse netwerkpartner. Je bent nu ook vindbaar voor mensen uit deze nieuwe kringen. Hierdoor ontvang je op jouw beurt weer uitnodigingen, soms uit zeer onverwachte hoek.

Zo werd de schrijver van dit artikel verrast door de uitnodiging van ex-collega Saskia Goetgeluk, met wie het laatste woord al een jaar of acht geleden was gewisseld. Goetgeluk kwam eind 2007 in aanraking met LinkedIn en is er sindsdien zeer actief. Begin april bestond haar netwerk uit 175 connecties en dat breidt zich nog dagelijks uit.

,,Voor mijn collega's intern voldoet Outlook uitstekend, maar vooral voor externe contacten is dit een reuze handige kaartenbak. Veel praktischer dan visitekaartjes. Ik nodig iedereen uit waarvan ik denk dat ik die in de toekomst nog wel eens tegen kan komen. Ik accepteer ook alle uitnodigingen die aan mij zijn gericht. Daar ben ik heel liberaal in. Als communicatiespecialist vind ik ook niet dat je selectief mag zijn, dat is tegen de beroepsaard.

,,Je hoeft echt niet iedereen te kennen en al helemaal niet met iedereen te praten. De contouren worden snel duidelijk. Sommige namen kom je geregeld tegen. Als er veel draadjes naar dezelfde persoon lopen, is het handig die naar je toe te halen.

,,Als ik bij een nieuw bedrijf nieuwe mensen ga ontmoeten, is het handig om via LinkedIn uit te zoeken wie wat met wie doet. Ook voor het screenen van sollicitanten is het een prima instrument. Zoeken naar personen gaat via LinkedIn veel gerichter dan met Google, daar komt zoveel niet-relevante informatie boven. Maar het is natuurlijk alleen maar een hulpmiddel. Net als in de echte wereld moet je weten hoe je moet netwerken. Een glaasje drinken op een receptie en visitekaartjes verzamelen is nog geen netwerk aanleggen. Dat is op LinkedIn precies hetzelfde. Alleen maar connecties verzamelen, daar schiet je weinig mee op. Contacten moet je onderhouden en daar helpt een praatje op zijn tijd echt bij.''

Veel gebruikers is het niet om dat praatje te doen, maar beschouwen de site als een serieuze kans om een nieuwe baan te vinden. Die mogelijkheden moeten zeker niet worden onderschat, meent 'recruitment consultant' Jacco Valkenburg. Hij is de afgelopen jaren LinkedIn-specialist geworden en schreef de handleiding Recruitment via LinkedIn, die in juni verschijnt. ,,Recruiters gebruiken netwerksites steeds vaker als jachterrein,'' zegt Valkenburg. ,,Op dit punt heeft LinkedIn een duidelijke voorsprong op bekendere netwerken als MySpace, Facebook en Hyves. De zakelijke profielen zijn een handig hulpmiddel voor de wervers en verreweg de meeste leden staan actief of passief open voor een arbeidsaanzoek. Een grote Nederlandse recruiter voor ICT-personeel vervulde in 2007 10 procent van zijn vacatures dankzij LinkedIn.''

Bij Hyves ligt dat anders: 17 procent van de Hyvers heeft juist een uitgesproken weerzin tegen ongevraagde werving. Toch hebben recruiters daar wel bereikt dat je nu lid kunt worden van de hyve 'open voor een baan', waarmee je actief je interesse duidelijk maakt. Maar erg populair is deze hyve niet.

Het is natuurlijk ook onzin te stellen dat je zonder LinkedIn - of welke site dan ook - geen leuke baan kunt vinden. In hetéchte leven lid worden van een vereniging was en is nog steeds goed voor je carrière. Dat is recent onderzocht door socioloog Stijn Ruiter. In maart promoveerde hij op dit onderwerp aan de Nijmeegse Radboud Universiteit.

Ruiter: ,,Wie uit is op een nieuwe baan moet daarbij wel strategisch te werk gaan. Niet elke sportclub is een lanceerinstallatie, evenmin als vrijwilligerswerk of zitting nemen in de ouderraad van school. Bij maatschappelijk verenigingen als Amnesty International of de milieubeweging is de kans op het ontmoeten van hoogopgeleiden met een fijn netwerk het grootst.'' Een geruststelling: uit zijn onderzoek blijkt dat je niet meteen een bestuursfunctie hoeft op te pakken om te profiteren. Simpelweg aanwezig zijn vergroot je kansen al.  


 
 

Exclusieve reisjes als wervingsmethode
21-04-2008 

Als de arbeidsmarkt krap is, wringen bedrijven zich in de vreemdste bochten om goede mensen te vinden. Zo mag je op kosten van het financiële detacheringsbureau 2Trust een maatpak bij herenmodewinkel Oger laten maken. Mits je wordt aangenomen, natuurlijk. Vrouwelijke kandidaten mogen een kostuum uitzoeken bij couturier Erny Reijmersdaal. Het Groningse IT-bedrijf Wisdom haalt talenten over de streep door voor het sollicitatiegesprek te betalen. Ongeacht of ze worden aangenomen of niet krijgen sollicitanten vijf euro per minuut uitbetaald. Ook reisjes zijn een populaire manier om talenten aan te trekken. Zo organiseert de baggermaatschappij Boskalis een businesscourse in Sint-Petersburg. Het accountantskantoor Ernst & Young neemt elf talentvolle studenten deze zomer mee naar de Olympische Spelen in Peking. 
 


Goede opleiding hoeft niet te lonen
21-04-2008 

Van onze redacteur - Amsterdam

Het is niet vanzelfsprekend dat een betere opleiding tot een hoger loon leidt, zo stellen onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en het bureau STZ advies& onderzoek in Eindhoven vast.

Binnen één generatie is het aantal laagbetaalde werknemers in Nederland meer dan verdubbeld tot 1,25 miljoen. Deze werknemers verdienen minder dan twee derde van de internationale maatstaf voor laagbetaalde arbeid. De verdubbeling is opmerkelijk, omdat het opleidingsniveau van de bevolking in dezelfde periode verder is gestegen. Het totaal aantal laagbetaalde uren is sterk toegenomen, terwijl de beschikbaarheid van beter betaalde uren onder druk staat.

De onderzoekers zien twee oorzaken voor de sterke toename van het aantal laagbetaalden. Er is sprake van toegenomen concurrentie op de arbeidsmarkt door parttime werkende studenten, scholieren en 'tweede verdieners'. Daarnaast is het minimumloon sinds het eind van de jaren zeventig sterk verlaagd. 
 


 

Komindebouw.nl brengt vraag en aanbod bij elkaar
18-04-2008 

De nieuwe voorlichtingsportal www.komindebouw.nl geeft volgens initiatiefnemer Michel van der Made veelzijdige en brede arbeidsmarkt- en scholingsinformatie. “We brengen vraag en aanbod bij elkaar.”

“De website is handig voor de student – mbo, hbo, dan wel universitair – die zich wil oriënteren op zijn of haar mogelijkheden in de bouw”, vertelt hij. “Bedrijven kunnen er op zoek naar goed personeel.” Actuele vacatures zijn te vinden onder de knop Vacaturebank. Werkzoekenden en studenten schrijven zich gratis in. Bouwbedrijven plaatsen een vacature tegen een kleine vergoeding. Het aanmelden van een stageplaats is gratis. Op de site is verder een Studiewijzer te vinden met een overzicht van trainingen en opleidingen op mbo, hbo en wo-niveau. Bovendien geeft de portal een overzicht van branche-organisaties in de bouwwereld. Werkgevers in de bouw, aannemers, architecten en dergelijke, kunnen zich uitgebreid presenteren via deze website met een eigen content managementsysteem. De officiële lancering van deze landelijke portal voor de bouwkundige en civieltechnische wereld is op woensdagmiddag 23 april in de Stadsschouwburg van Almere. Vertegenwoordigers van FNV Bouw, CNV Hout en Bouw, Bouwend Nederland, BNA, Stichting Bouwtalent Flevoland, en de MBO-raad zijn bij de lancering aanwezig.

 


 

Langer werken helpt niet, zeggen de sceptici 
Flexibel is nu de trend, bij bonden en werkgevers 
19-04-2008 

Minister van Economische Zaken Van der Hoeven wil terug naar de 40-urige werkweek. Dat leidt niet tot hogere productiviteit, vrezen de sociale partners.

Voor de een is het te veel, voor de ander te weinig. Maar voor niemand is het dé oplossing.

Het voorstel van minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA), gisteren in deze krant, om de 40-urige werkweek weer in te voeren, leidt alom tot scepsis. De roep om flexibiliteit is eerder de gemene deler aan beide zijden van het sociaal overleg.

Werkgevers vinden veertig uur per week op zich een goed begin, maar willen de vrijheid om hun werknemers soms nog meer uren te laten werken. Alleen zo kunnen ze het enorme personeelstekort dat in bepaalde sectoren bestaat wegwerken, menen ze.

Werknemers, verenigd in de vakbonden, willen zich ook niet vastleggen op een norm van veertig werkuren per week. De huidige goed betaalde overuren zouden dan ingeleverd worden voor een cao met standaard meer 'gewone' uren, aldus de vakbond.

Van der Hoeven wil dat de sociale partners de 40-urige werkweek op de agenda zetten voor het Voorjaarsoverleg, volgende week. Het voorstel komt rechtstreeks uit het verkiezingsprogramma van het CDA. Ook toen al leidde het voorstel tot een storm van protest. Het plan haalde het regeerakkoord niet, mede omdat de PvdA er niets in zag. De kans dat de veertig uur nu wel de standaard wordt in cao-onderhandelingen, is gezien de huidige reacties uit 'het veld' niet groot. De economische voordelen vallen tegen.

Nederlanders werken nu het minste aantal uren per week vergeleken met hun Europese collega's. Daar staat tegenover dat de arbeidsproductiviteit in Nederland wel heel hoog is. De uren die Nederlanders werken, werken ze dus wel efficiënt. En hoe langer iemand werkt, des te minder productief die werknemer over het algemeen wordt per gewerkt uur. Af en toe overwerken leidt niet tot die vermindering van productiviteit.

"Het signaal van de minister is goed, maar wij willen dieper en breder gaan", zegt Frans van Hove, directeur van de branchevereniging voor metaal en techniek, FME-CWM. In zijn branche is al een tekort van 10.000 werknemers, de orderportefeuilles zitten bomvol, dus extra uren kunnen de bedrijven wel gebruiken: "Het arbeidstekort neemt nog met de dag toe", aldus Van Hove. "Maar de discussie moet breder gevoerd worden, wij willen niet stoppen bij veertig uur." Als voorbeeld geeft hij werknemers die zeven dagen lang 11,5 uur per dag werken, maar daarna zeven dagen achtereen vrij zijn. "Flexibilisering, daar gaat het om."

Ook bij vakcentrale FNV is flexibiliteit het sleutelwoord. De FNV pleit ervoor om mannen en vrouwen beide vier dagen te laten werken per week. "Bovendien is het in veel cao's al mogelijk om veertig uur te werken als je een 36- of 38- urige werkweek hebt", zei FNV- voorzitter Agnes Jongerius daarover. Vooral onder ambtenaren is dat heel gebruikelijk. Daarbij komt dat werknemers aan twee of vier uur overwerken per week, meer geld overhouden dan als ze die veertig uur laten vastleggen in hun cao, omdat overwerkuren meestal beter worden uitbetaald.

"Nederland werkt het minste aantal uren van de hele Europese Unie", verdedigde Van der Hoeven haar standpunt gisteren. Dat klopt: in Nederland maakte de gemiddelde werknemer in 2007 33 uur per week, door het hoge gehalte deeltijdwerkers. Maar de economische groei hangt niet af van het aantal gewerkte uren, maar van productiviteit: hoeveel werk een werknemer per uur verzet. "En daarin draait Nederland goed mee", zegt Jaap de Koning, directeur van het Rotterdams sociaal- economisch onderzoeksbureau SEOR. Op de concurrentiepositie in Europa heeft het lage aantal gewerkte uren dus weinig invloed.

De Koning zet verder zijn vraagtekens bij de economische voordelen van enkele uren extra werk. Op de korte termijn zal de productie iets stijgen als men meer uren gaat werken. Zeker in de technologische sector of de metaal en techniek, wegens de economisch goede tijden in die sectoren. "Maar omdat het niet over gigantische verschillen gaat, zal het effect op de lange termijn niet groot zijn."

De aanname dat langer werken leidt tot minder vacatures is het omgekeerde van de redenering in tijden van hoge werkloosheid, zoals begin jaren tachtig. Toen dacht men dat arbeidsduurverkorting beter zou zijn voor de werkgelegenheid. Dat bleek niet het geval. De gemiddelde productiviteit per uur steeg per werknemer, dus bedrijven hadden niet meer mensen nodig. Omgekeerd werkt het principe dus ook niet: "Langer werken zorgt uiteindelijk voor een daling in de productiviteit per werknemer", aldus De Koning.

Bovendien gaat het voorstel ook volgens De Koning in tegen de tendens van flexibele cao's die maatwerk proberen te leveren. Iedere branche is verschillend en iedere groep werknemers heeft verschillende behoeften. "Als het doel ook is om oudere werknemers langer aan de slag te houden, lijkt dit me geen verstandig idee", aldus De Koning. Brancheorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf MKB- Nederland is het helemaal met hem eens. Een woordvoerder: "Dit valt niet als standaard vast te stellen. Aan de cao-onderhandelingstafel willen we zoveel mogelijk maatwerk leveren."



Flexibele arbeid slecht voor productiviteit
18-04-2008

De neoliberale idee van hoe flexibeler de arbeidsmarkt, hoe beter, roept steeds meer weerstand op. Nu ook van Alfred Kleinknecht c.s. van de TU Delft.

Ed Groot - Amsterdam

Bedrijven die veel gebruikmaken van tijdelijke arbeidskrachten kennen vaak een lage groei van de arbeidsproductiviteit. Bedrijven die hun werknemers aan zich binden en laten rouleren binnen het bedrijf doen het beduidend beter.

Dit stellen Alfred Kleinknecht en Ronald Dekker, hoogleraar respectievelijk universitair docent economie aan de TU Delft, deze week in het economenblad ESB.

Kleinknecht en Dekker nemen met hun artikel stelling in de discussie die momenteel woedt onder vooral Europese economen. In Europa is de werkloosheid het laagst sinds bijna dertig jaar. Maar een groeiende stroom onderzoek wijst uit dat dit banenwonder zich vooral afspeelt bij het uitzendwerk en andere tijdelijke arbeidscontracten. Deze trend is nauwelijks omstreden. Op een conferentie van het instituut AIAS, die momenteel gaande is in Amsterdam, is een van de algemene bevindingen dat Duitsland momenteel zelfs meer laagbetaald werk kent dan de VS of Groot-Brittannië.

Wél omstreden is de oorzaak van die trend. De ene school wijt de sterke toename van de flexibele arbeid aan de strikte bescherming van hen die al een vaste baan hebben, de 'insiders' op de arbeidsmarkt. Dat belemmert de doorstroming op de arbeidsmarkt en het houdt improductieve arbeid te lang in stand. In die visie is - binnen grenzen - een soepeler ontslagrecht goed voor de productiviteit en de snelheid waarmee innovaties worden doorgevoerd. Naar deze analyse neigen bijvoorbeeld de Italiaanse econoom Tito Boeri en het Centraal Planbureau.

Kleinknecht en Dekker behoren tot de school die precies het omgekeerde beweert. Uit hun onderzoek blijkt dat bedrijven met een Angelsaksische 'hire and fire'-mentaliteit en die veel werknemers zonder vast contract inhuren, een een lage groei van de arbeidsproductiviteit laten zien. 'Rijnlandse' bedrijven die weinig werknemers ontslaan doen het beter. Dat zijn bedrijven die flexibiliteit bereiken door hun vaste werknemers vaak van afdeling of van functie te laten veranderen.

De auteurs noemen hun bevindingen consistent met ander onderzoek, waaruit blijkt dat de nadelen van strikte ontslagbescherming worden gecompenseerd door meer dynamiek binnen de bedrijven zelf. Dat gaat vooral op in sectoren waar het Schumpeter 2-innovatiemodel geldt. Volgens dit model komt een deel van de innovaties tot stand door stapsgewijze verbeteringen van productieprocessen, omdat werknemers steeds meer leren. Maar die kennis verdwijnt als werknemers steeds ontslagen worden bij de minste of geringste tegenslag. Dat zou verklaren waarom veel Amerikaanse industriële bedrijven het zo slecht doen op de wereldmarkt.

Behalve over het ontslagrecht hebben Kleinknecht c.s. nog andere onorthodoxe boodschappen. Zoals de idee dat hogere lonen vanzelf leiden tot hogere productiviteit. Hoge lonen dwingen namelijk tot arbeidsbesparende technologie, terwijl ze tegelijk leiden tot meer koopkrachtige vraag, wat ook weer goed is voor de afzet van innoverende bedrijven. Kleinknecht en Dekker vrezen echter dat Nederland de loonmatiging zal blijven prediken, want op doorbreking van dit leerstuk rust volgens hen een 'stevig taboe'.

De Angelsaksische 'hire and fire'-cultuur is per saldo slecht voor innovaties bij ondernemingen