Maandag 10 december 2007
   

10-12-2007 ‘We lopen een eeuw achter’  (De Pers)
10-12-2007 Nederlandse vrouw heeft vaak een baan (Het Financieele Dagblad)
08-12-2007 Jobhopper is weer terug van weggeweest (Het Financieele Dagblad)
08-12-2007 Verpletterende eerste werkdag (Algemeen Dagblad)
07-12-2007 Donner en Aboutaleb komen met eigen banenplan voor werklozen (Staatscourant)
07-12-2007 Zorgen over personeelstekort  (Trouw)


‘We lopen een eeuw achter’
10-12-2007
Van de duizend hoogste rijksambtenaren zijn er slechts vier allochtoon. De Pers spreekt met ‘je weet wel, die Molukker van OCW’.

Diversiteit Raymond Kaitjily, directeur op het ministerie van Onderwijs

‘Programmadirecteur Dialoog, Sociale Cohesie en Integratie’ staat er als titel op zijn visitekaartje. Maar nu even niet. Wegens familieomstandigheden heeft de topambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap namelijk een half jaar sabbatical. Raymond Kaitjily hoopt op 1 januari weer aan de slag te kunnen.

Toch maakt hij tijd voor een gesprek over het minderhedenbeleid van de overheid.  Als Molukker én als oud-directeur personeel en organisatie bij het ministerie van Onderwijs en het Kadaster, gaat het onderwerp hem aan het hart. Het steekt hem dat onder het hoofdstuk diversiteit in de jaarverslagen over hoge ambtenaren niet één staatje is opgenomen over etnische minderheden. ‘Er staat wel in wat het percentage vrouwen is, maar júíst het staatje minderheden ontbreekt. Toch snap ik het wel, want nog geen half procent allochtonen aan de top is wel héél weinig voor de grootste werkgever van Nederland.’ Samen met de directeuren Marilyn Haimé (Justitie), Tjark Tjin-a-Tsoi (Nederlands Forensisch Instituut) en Wiana van den Ingh-Partakusuma (VROM) vormt hij het selecte groepje van vier allochtone ambtenaren dat er wél in slaagde bij de overheid de top te bereiken.

Kaitjily’s progressieve ouders verhuisden al in 1965 uit de Molukse wijk. Zijn ouders en grootvader kwamen in één keer naar Nederland. ‘Ik ben de eerste generatie die hier is geboren’, vertelt de nu 56-jarige Molukker. In 1990 kwam hij via het ‘Duizendbanenplan’ voor Molukkers bij de overheid terecht. Ironisch genoeg voldeed hij eigenlijk niet aan de eisen van het plan dat Molukkers aan een baan moest helpen, omdat hij té hoog was opgeleid. Na zijn doctoraal Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit volgde een postdoctorale opleiding bestuurskunde.

Hij begon zijn loopbaan in het bankwezen. Sinds begin 2005 is hij programmadirecteur Dialoog bij het ministerie van Onderwijs. Zijn directie coördineert het onderwijsbeleid op het gebied van veiligheid, radicalisering en extremisme. Het programma Dialoog is tijdens zijn sabbatical beëindigd. ‘In principe zou ik best bij de rijksdienst willen blijven’, licht Kaitjily toe. ‘Maar ik sluit ook niet uit dat ik de overheid ga verlaten. Allereerst zit ik er al zes jaar, op andere niveaus liggen voor mij ook uitdagingen en de markt trekt gewoon actiever aan je dan de Algemene Bestuursdienst.’ De ABD gaat over alle rijksambtenaren met een leidinggevende functie en eindverantwoordelijkheid over mensen en middelen. Zo benoemt de dienst de secretarissen-generaal, inspecteurs-generaal, directeuren-generaal en directeursfuncties. Kaitjily, die als HRM-directeur, met hetzelfde bijltje heeft gehakt, heeft de nodige kritiek op de dienst van minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken. ‘We zitten nog steeds in een fase waarbij we constant moeten aantonen wat de meerwaarde is van iemand van allochtone afkomst. Dat vind ik jammer. Het is nodeloze tijdverspilling. Het bedrijfsleven heeft met etnomarketing al een jaar of tien geleden uitgevonden dat inzicht in die groep tot betere marketing leidt.’ ‘Het is een pijnlijke constatering, maar het bereik van de rijksoverheid ten opzichte van minderheden is bijna nul’, betoogt hij misnoegd.

Op de vraag of hij zelf negatieve ervaringen heeft gehad vanwege zijn etniciteit, reageert Kaitjily terughoudend. ‘Voorbeelden zijn er, maar daarmee moet ik wel voorzichtig zijn. Ik heb meegemaakt dat een collega van mij zei: ‘Met jouw soort communiceer ik niet.’ Het woord soort spreekt boekdelen. Dat komt hard aan. Later bleek die man lijsttrekker van een niet nader te noemen partij. Ik heb hierover met een derde van gedachte gewisseld. Ik respecteer dat die man daar zo over denkt, maar ik ga daar geen energie in steken.’ Kaitjily heeft meer voorbeelden. ‘Samen met twee blonde collega’s had ik een afspraak met drie bewindslieden en een delegatie. De twee dames in kwestie hoefden zich niet te legitimeren en rara wie wel? Dat heb ik geweigerd, dan hadden ze dat ook aan de anderen moeten vragen of aan niemand. Ik heb gezegd: anders ga jij maar aan de bewindslieden uitleggen dat ik niet naar binnen mocht. De reactie was dat ze mijn naam niet goed konden spellen, maar daar hadden ze niet eens naar gevraagd. Aan mij hebben ze nooit gevraagd hoe het is om als allochtoon op te groeien binnen het rijk, met alle weerstanden van dien.’

Vraag is ook waarom allochtonen zelf weinig interesse tonen in het werk bij het rijk. Volgens de oud-directeur Personeel en Organisatie verschilt de motivatie per bevolkingsgroep. ‘Bij Turken is het ondernemerschap hot. Dat is veel hipper dan werken bij de rijksoverheid. Hoewel ze volgens mij wel heel goed aan de weg timmeren in gemeenteland.’ Vluchtelingen hebben volgens Kaitjily vaak een verkeerd beeld van wat de overheid is. ‘Als je uit een dictatoriale staat komt, kijk je daar natuurlijk heel anders tegenaan.’ Als het aan Kaitjily ligt, krijgt elk ministerie een taakstelling opgelegd. ‘Al is het maar één persoon per departement per jaar.’ De topambtenaar vindt dat de overheid onvoldoende inspeelt op de gevolgen van de vergrijzing. ‘Het is een strategisch weeffoutje van de ABD, want het vervangingsvraagstuk staat al voor de deur. Dat duurt nog maar een jaar of vijf. Volgens mij hebben de afgelopen jaren aangetoond dat het huidige beleid niet werkt. Er is volgens mij ook onvoldoende budget voor dit soort dingen. De overheid dreigt in de concurrentieslag met het bedrijfsleven de boot te missen. Als de krapte op de arbeidsmarkt zich aandient, dan vist de overheid achter het net. Ik vind het dapper dat minister Ter Horst dit op de agenda zet. Ik weet alleen niet of het ambtenarenapparaat het aan kan. Je had al een pooltje van mensen moeten hebben. Er is in Nederland nog nooit een allochtone directeur-generaal of secretaris-generaal geweest. Als we in dit tempo doorgaan, doen we er nog een eeuw over.’


Nederlandse vrouw heeft vaak een baan
10-12-2007

Van onze redacteur - Parijs

Nederlandse vrouwen hebben gemiddeld vaker een baan buitenshuis dan vrouwen in andere landen. Dat blijkt uit het onderzoek Baby’s en Bazen, dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) deze week heeft gepubliceerd.

Het onderzoek heeft betrekking op de dertig, vooral welvarende Oeso-lidstaten. Volgens het onderzoek hadden in 2005 bijna twee op de drie Nederlandse vrouwen een baan. Het gemiddelde voor de dertig landen is 56,1%.

Nederland staat daarmee op de elfde plaats van de dertig landen, net achter de Verenigde Staten. IJsland staat op kop. Daar heeft ruim 81% van de vrouwen een baan.

Het onderzoek laat ook zien dat het aantal werkende alleenstaande ouders in Nederland lager ligt dan elders. Zeven op de tien alleenstaande ouders in de dertig landen hadden in 2005 een baan. In Nederland was dat 56,9%. Slechts vier landen (Verenigd Koninkrijk, Ierland, Nieuw-Zeeland en Oostenrijk) kennen een lager percentage. De Oeso stelt in haar rapport dat een gezinsvriendelijk overheidsbeleid de armoede in een land vermindert, de ontwikkeling van kinderen stimuleert en de gelijkheid tussen man en vrouw bevordert. Denemarken en IJsland hebben op dit terrein het effectiefste beleid, maar ook Finland, Noorwegen en Zweden blinken uit. Engelssprekende landen kennen veel kinderen die in armoede opgroeien. Dat komt vooral doordat slechts weinig alleenstaande ouders in die landen werken. Duitsland, Zuid-Korea en Slowakije komen er in bijna alle opzichten het slechtst van af.

In Nederland is de werkloosheid onder vrouwen overigens nog opvallend hoog. Onder vrouwen tussen de 25 en de 44 jaar is de werkloosheid 4,8%, meer dan het dubbele vergeleken met mannelijke leeftijdgenoten. Dat verschil heeft mogelijk iets te maken met de verdeling van de schaarste op de arbeidsmarkt. Relatief de grootste aantallen vacatures zijn te vinden in de industrie en in de bouw. Juist in die sectoren werken veel mannen. Weinig vacatures zitten in de zorg, het onderwijs en andere aan de overheid gelieerde sectoren, waar veel vrouwen werken.
 

Jobhopper is weer terug van weggeweest
08-12-2007

Van onze redacteur - Amsterdam

Het fenomeen jobhoppen is weer volledig teruggekeerd, nu de arbeidsmarkt zodanig overspannen is dat werknemers mobieler worden. Dit geldt echter niet voor ICT’ers. Deze groep is het minst geneigd tot het wisselen van baan, ondanks de grote vraag naar ICT’ers op de arbeidsmarkt.

Dat is een van de conclusies uit het‘ICT Barometer onderzoek naar arbeidsmobiliteit’, dat is uitgevoerd in opdracht van Ernst& Young.

Het kantoor vroeg respondenten of dezen het afgelopen jaar van werkgever waren veranderd en wat daarvoor de reden was. Een op de zes ondervraagden gaf te kennen in het afgelopen jaar van werkgever veranderd te zijn, 25% meer dan het jaar daarvoor. Voor ICT’ers gold echter dat slechts één op de tien van werkgever is veranderd in het afgelopen jaar.

Van de jobhoppers zegt 40% voornamelijk van baan veranderd te zijn vanwege‘meer doorgroeimogelijkheden’. Maar ook de reputatie van de nieuwe baas en inkomstenverbetering werden veelvuldig als argumentatie aangevoerd. Slechts een op de vijf respondenten noemde betere secundaire arbeidsvoorwaarden of betere balans werk en vrije tijd als doorslaggevend.

‘Opvallend dat zo weinig ICT’ers geneigd zijn om van baan te veranderen, terwijl er voor hen op dit moment legio mogelijkheden zijn’, stelt Jacob Verschuur, directeur ICT Leadership van Ernst& Young.‘Dit lijkt een zegen voor ICT-bedrijven, maar is het beslist niet. Het tekort aan goed personeel blijft nijpend. Er moet een structurele oplossing gezocht worden om deze ontwikkeling af te remmen anders heeft dit negatieve gevolgen voor de hele sector.’

Gevraagd naar de verwachte tariefstijging voor het inhuren van externe ICT’ers, geeft het onderzoek ook een opvallend resultaat. Komend jaar wordt een stijging verwacht van 2 à 3%, niet meer dan de inflatiecorrectie. Klanten zijn gewoon niet bereid meer te betalen voor de inhuur van mensen.


 

 Roos Vonk - Verpletterende eerste werkdag
08-12-2007

Tekst: Linda Schregardus

Een prachtige nieuwe baan, maar ook: klamme handjes voor je entree. Wat is de beste strategie om direct een onuitwisbare indruk te maken? 

Volgens een onderzoek van Office Angels, een Brits werving- en selectiebureau, maakt meer dan driekwart van de kersverse werknemers behoorlijke blunders wanneer ze ergens nieuw aan de slag gaan. In de topdrie hiervan staan het verwarren van namen van collega's, de weg kwijt raken in het gebouw en te laat komen. Vloeken in het bijzijn van de baas, of een chef voor een gelijkwaardige aanzien blijkt ook veel voor te komen. 

Veel blunders worden natuurlijk gemaakt door de zenuwen. De meeste werknemers kunnen onderschrijven dat de twijfels in de nacht voor de eerste werkdag je danig parten spelen. Stel dat je een kwartier te laat komt, de chef met Piet aanspreekt terwijl hij Kees heet en die gebreide trui uit de toon valt. Kun je dan net zo goed meteen weer naar huis gaan, of kan het later nog goed komen? Je krijgt immers geen tweede kans om een eerste indruk te maken, luidt het gevleugelde gezegde.

,,De eerste indruk kan heel bepalend zijn. Het werkt vaak als een soort kapstok waar latere informatie aan wordt ophangen," stelt hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk. Uit haar boek De eerste indruk blijkt dat we ons allemaal vrij snel, dat wil zeggen binnen dertig seconden, een beeld van de ander vormen. Dat beeld is in eerste instantie gebaseerd op kleding (sportief, elegant of strak in het pak) en uiterlijke kenmerken zoals kapsel, sieraden, make-up, geurtjes en iemands stem. En op lichaamstaal. Een trilling van iemands neusvleugel, een klamme hand, zweet op de bovenlip, een sluikse oogopslag: het zijn allemaal verschijnselen die haarfijn worden waargenomen en iemands ware gemoedstoestand of zelfs karaktereigenschappen verraden.

In luttele seconden hebben we vaak al een redelijk goed beeld, maar we zitten ook vol vooroordelen. Zo wordt een aantrekkelijk persoon eerder positief ervaren dan een lelijkerd. En een lange man wordt eerder als een leider gezien dan iemand met een kort postuur. ,,Eerste indrukken zijn vaak hardnekkig, maar niet onomkeerbaar," stelt Vonk gerust. ,,Vooral wanneer je langere tijd met iemand samenwerkt, kunnen beelden veranderen." Het is beter als dat niet nodig is. De eerste klap is immers een daalder waard..

Voor wat betreft 'jezelf promoten' op je eerste werkdag zijn twee menselijke drijfveren erg belangrijk. ,,Iedereen wil in eerste instantie aardig worden gevonden. In machtsverhoudingen, dus wanneer je afhankelijk bent van anderen is dat extra belangrijk. Daarnaast wil je bekwaam overkomen." 

Haar advies: ,,Je kunt het beste eerst werken aan de relaties met je nieuwe collega's. Dus interesse tonen, luisteren. Je moet niet alleen aardig zijn tegen de baas, want dat ligt te veel voor de hand. Bovendien loop je dan het risico voor slijmerd te worden uitgemaakt. Wanneer je ook aandacht besteedt aan bijvoorbeeld de secretaresse en de portier, kom je geloofwaardiger over." 

Je kunt als nieuwe collega je beste beentje voorzetten, maar wat doe je als je nieuwe werkgever geen tijd voor je heeft, niemand de moeite neemt om zich aan je voor te stellen en je nieuwe werkplek een donker hoekje zonder bureau blijkt te zijn? ,,Bekend probleem," weet Vonk. ,,Maar ga vooral niet klagen, want dan word je meteen gezien als een zeur. Neem zelf het heft in handen, doe er alles aan om er een leuke werkplek van te maken, stel jezelf voor aan je collega's als niemand anders dat doet en hou het gezellig. Lijd in stilte, als strategisch besluit, zet je tanden er in en hoop dat het beter wordt." 

Het is wat onbescheiden om iedereen te vertellen hoe knap jij het allemaal zelf hebt gered op de eerste werkdag. Sowieso is pronken met je vaardigheden niet handig. Vonk: ,,Hoe goed je bent, moet voor zich spreken en blijkt gaandeweg wel. Geen woorden maar daden dus. Voor je het weet, word je gezien als een arrogante kwal. Je moet zelfvertrouwen, enthousiasme en integriteit uitstralen: 'Hier ben ik, ik geloof er in en doe mijn uiterste best'." 

Desondanks zou het fijn zijn als alle werkgevers zich, net als de nieuwe collega, zouden inspannen om een goede indruk te maken. Al was het maar om de klamme handen bij de kersverse werknemer weg te nemen.

 


 

Donner en Aboutaleb komen met eigen banenplan voor werklozen
07-12-2007

Het kabinet gaat zelf maatregelen nemen om langdurig werklozen aan een baan te helpen, nu de werkgevers hun plannen daarvoor hebben laten vallen. De voorstellen hebben betrekking op loonkostensubsidie, participatieplaatsen en passende arbeid.

Het voorstel van minister Donner en Staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is daarmee precies op tijd in de Tweede Kamer voor de aanstaande behandeling van hun begroting. Ze blijven bij de ambitie nog deze kabinetsperiode 200.000 extra banen te willen creëren. De werkgevers zouden daarbij helpen, maar hebben dat aanbod ingetrokken, omdat het kabinet de versoepeling van het ontslagrecht voorlopig niet doorzet. De bewindslieden houden vast aan de ‘nog steeds dringende noodzaak’ optimaal gebruik te maken van de verwachte groei van de werkgelegenheid.

Het UWV moet loonkostensubsidie gaan verstrekken aan mensen die langer dan één jaar werkloos of arbeidsongeschikt zijn. Voorwaarde is dat het gaat om een reguliere vacature en de helft van deze mensen moet binnen een jaar een concrete baan hebben. Deze regeling is daarmee een aanvulling op de mogelijkheid die gemeenten al hebben om bijstandsgerechtigden met loonsubsidie aan het werk te helpen. De subsidie bedraagt de helft van het minimumloon en geldt voor maximaal één jaar.

Mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, kunnen gebruik maken van participatieplaatsen. Daarbij krijgen ze verplichte scholing en een premie. Donner en Aboutaleb overwegen de Eerste Kamer te vragen het wetsvoorstel participatieplaatsen weer in behandeling te nemen.

Verder worden de regels voor mensen met een WW-uitkering aangescherpt. Vanaf 1 juli 2008 moeten zij werk aannemen dat onder hun opleidingsniveau ligt. Een andere regeling moet werklozen ertoe dwingen na een jaar werk aan te nemen waarvan het loon lager is dan de WW-uitkering. Dan wordt de WW verrekend met het inkomen uit het werk.

De werkgeversbonden wijzen de plannen van het kabinet af. VNO-NCW stelt dat er geen samenhangend plan ligt dat de steun heeft van de werkgevers. Volgens MKB-Nederland is alleen loonkostensubsidie onvoldoende en moet het kabinet ook bijdragen aan scholing. De vakcentrales FNV en CNV zijn wel positief over de loonkostensubsidie, maar niet over de participatiebanen.

Zie voor de brief e-Staatscourant

 


 

Zorgen over personeelstekort
07-11-2007
 

Analisten van de Rabobank slaan 'alarm' over het tekort aan arbeidskrachten. De economische groei dreigt hierdoor achter te blijven.

De economische groei in Nederland staat onder druk door schaarste aan personeel. Werkgevers, werknemers en overheid zullen veel creativiteit en inzet nodig hebben om het tij te keren, stelt de Rabobank.

In haar gisteren gepresenteerde visie op 2008 constateert ze dat de krapte op de arbeidsmarkt zich nu al structureel laat voelen. De top van de economische groei ­­­ volgens Rabobank is die het afgelopen (derde) kwartaal bereikt ­­­ ligt aanzienlijk lager dan die van rond de eeuwwisseling. Eén van de redenen hiervoor is het structureel achterblijvende arbeidsaanbod, aldus de analisten.

In de komende jaren wordt zonder ingrijpende veranderingen dat effect volgens hen alleen maar groter. "Als wij er niet in slagen om gelijktijdig meer mensen aan het werk te hebben en de arbeidsproductiviteit op te voeren, dan zal de economische groei lager zijn, waarschuwen Rabo-economen Wim Boonstra en Hans Stegeman in een hoofdstuk speciaal gewijd aan arbeidsmarktproblemen. "Op de korte termijn kunnen we dat nog opvangen met flexibiliteit zoals overwerken, maar naar verloop van tijd gaat het systeem piepen en kraken", zegt hoofdeconoom Boonstra.

Werkgevers zitten niet alleen verlegen om hogeropgeleiden, maar ook om vaklui. De kloof tussen vraag en aanbod groeit. Daardoor is het onvermijdelijk dat de kosten van geschoolde arbeid omhoog gaan, schetsen de economen. Oproepen van politici en werkgevers tot loonmatiging zullen nauwelijks meer helpen. Het gevaar bestaat dat vakbonden ook voor minder geschoolde arbeid hogere lonen zullen eisen. Lukt dat dan zullen banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt versneld verdwijnen, voorspellen ze.

Een deel van de oplossingen die ze aandragen, sluit aan bij het kabinetsstreven naar grotere arbeidsparticipatie. Al worden wel vraagtekens gezet bij het beleid. Het besluit om WAO' ers van 45 tot 50 jaar niet meer te herkeuren, staat op gespannen voet met dit streven. De reïntegratie van gedeeltelijk arbeidsongeschikten moet juist worden doorgezet, vinden de economen. Veel verwachten ze van het stimuleren van langer doorwerken. Ze adviseren om de 'foute prikkels' in de levensloopregeling, die kan worden gebruikt voor vroegpensioen, weg te nemen. Het is volgens hen 'onvermijdelijk' de pensioenleeftijd op te trekken.

Zorgen zijn er over de kwaliteit van de opleidingen en het opleidingsniveau van de Nederlanders. Nog altijd is het aandeel middelbaar en hogeropgeleiden lager dan het Europese gemiddelde. "De nieuwste generatie werkende Nederlanders is slechter opgeleid dan in andere ontwikkelde landen." Ze stellen voor met financiële prikkels (lagere school- en collegegeld) de beroepskeuze te beïnvloeden zodat die beter aansluit op de vraag. "Als bedrijven hun vacatures in ons land niet kunnen invullen dan hebben zij een drijfveer om arbeidsplaatsen en onderzoeksactiviteiten naar het buitenland te verplaatsen." Dit speelt vooral in de maakindustrie en kan volgens hen de economische structuur uithollen.

Verbaasd heeft Boonstra het 'verbeten' debat rond het ontslagrecht gevolgd. "Werkgevers lijken zich niet te realiseren dat ze ook de concurrentie op de arbeidsmarkt aan moeten." Er is een bredere kijk op flexibilisering van de arbeidsmarkt nodig, betogen de Rabo-analisten. Ze willen onder andere het debat aanzwengelen over een betere aansluiting van loonkosten en productiviteit gedurende het werkzame leven. De praktische uitwerking daarvan is wel een heikel punt, erkent het tweetal.

'Verhoog de pensioenleeftijd' 

Hoewel de economie in 2008 een klein stapje terug zal doen, zijn de economische vooruitzichten voor volgend jaar per saldo nog steeds gunstig. De economen van de Rabobank ramen de groei op 2,75 procent. Dit is aanzienlijk hoger dan de verwachte groei voor de rest van Europa. Toch zijn er enkele aandachtspunten. Een lager groeitempo in de Verenigde Staten en Europa, een dure euro en de kredietcrisis zorgen dat de groei in de loop van 2008 terugvalt.

Drukte op de Nationale Carrièrebeurs, maart dit jaar.